Afscheid van schipper Albert

23 december 2019

Reddingsstation Katwijk heeft een hecht team geoefende redders
Nadat hij twee jaar dispensatie kreeg van de directie van de Koninklijke Nederlandse Reddingmaatschappij komt deze maand toch het moment dat Albert van der Plas afscheid neemt als schipper van de reddingboot Edith Grondel. Hij wordt opgevolgd door de huidige reserve-schipper Jaco Vooijs. Sinds de start van het reddingstation in Katwijk in 1824 was Albert de veertiende schipper.

In zijn werkzame bestaan is Albert van der Plas (57) teamchef van de politie in Den Haag. “Mijn functie als leidinggevende bij de politie valt goed te combineren met de taak als schipper van de reddingboot in Katwijk. Daarbij komt,” benadrukt Albert,” dat we een goed ingewerkt team hebben met vier reserve-schippers. We plannen onderling altijd de beschikbaarheid in Katwijk, zodat we direct kunnen uitrukken bij een alarm. Daarnaast oefenen we regelmatig. Iets wat uiteraard op afspraak gaat, zij het dat we soms ook voor de 34 bemanningsleden van ons station een ‘onverwachte’ oefening plannen.”

Teamwork
Station Katwijk behoort tot de oudste stations van de KNRM. Een jaar na de oprichting van de reddingmaatschappij werd in Katwijk een roeireddingboot gestationeerd. De bemanningsleden opereerden op spierkracht, terwijl de reddingboot met paarden te water gelaten werd. “Ook toen al was teamwork een essentieel onderdeel van de samenwerking op het station. Een eigenschap die centraal staat bij onze groep vrijwilligers.”
Albert van der Plas trad in het najaar van 1997 in dienst op het station Katwijk. “Het was het tijdperk van net na de houten motorstrandreddingboten, die sinds 1951 in Katwijk gestationeerd waren en met een snelheid van circa 10 knopen ingezet werden bij alle weertypen.”
“Ik maakte de Casparis net niet meer mee,” verduidelijkt Albert. “Sinds 1995 voer de Antje in Katwijk. Een nieuw type reddingboot met een brede inzetbaarheid en een snelheid van 36 knopen (ruim 50 km/uur). Dat vereiste een andere scholingsgraad en geoefendheid van de bemanning. Eén van de reden dat toen op station Katwijk een aantal ‘vacatures’ ontstond. Ik nam zelf het initiatief om te solliciteren en na een aantal gesprekken vond de aanstelling op ‘proef’ plaats. Een klein jaar later, op 1 juni 1998, kreeg ik de functie van opstapper.”

Affiniteit
Albert vertelt dat hij geen nautische achtergrond heeft, maar wel een grote affiniteit met de zee en het reddingswerk. “Al jong was ik vrijwilliger bij de KRB, waar ik veel leerde. Mijn functie als politieagent en nu de laatste jaren als leidinggevende van een team maakt ook dat ik pas bij de organisatie en het uitvoeren van deze maatschappelijke taak. De drive iets voor mensen te kunnen betekenen, heb ik.”
De scheidend schipper geeft aan dat het vrijwilligerswerk bij de reddingmaatschappij ook iets verplichtends heeft. “Er wordt op je gerekend. Daarbij komt dat je als schipper tevens oog moet hebben voor menselijke aspecten en de dynamiek binnen een groep. Bemanningsleden moeten goed opgeleid en getraind zijn; zowel voor een inzet als het onderhoud. Aspecten die aandacht vragen en een taak die je als schipper in goed overleg met de leden van de plaatselijke commissie uitvoert.”
“Een alarm valt niet te plannen en komt onverwacht, ondanks dat je het type weer ‘leest’ en uit ervaring weet wat er eventueel gebeuren kan. Vandaar dat we als groep schippers altijd alert zijn op onze beschikbaarheid en die van de bemanning. Het gebeurde dat ik op zomerse vrije dagen mijn vrouw moest teleurstellen niet van dorp te kunnen, omdat de inzet vanwege de vakantiedagen bijvoorbeeld krapjes was. De steun van het thuisfront is bij dit vrijwilligerswerk dus van groot belang. Vergeet niet dat je bij een uitruk met slecht weer toch onder moeilijke omstandigheden zee op gaat. En dat niet zonder risico.”

Schipper
Sinds november 2015 is Albert schipper van de reddingboot. Gedurende de periode van acht jaar daarvoor deed hij de nodige ervaring op als reserve-schipper. Hij werkte in die periode nauw samen met Hugo van Duijvenbode, die sinds 1994 als schipper fungeerde.
Eind deze maand neemt station Katwijk eveneens afscheid van Hugo, die na het schipper-zijn actief bleef bij het hulpvoertuig. Hij maakt inmiddels bijna dertig jaar deel uit van de bemanningsgroep. Voor Hugo geldt dat juist hij de overgang van de traditionele strandreddingboten naar de snelle schepen meemaakte. Zijn nautische opleiding en ervaringen als duiker bij de Koninklijke Marine, plus later bij de beroepsbrandweer en ambulance, maakten hem daar geschikt toe. Daarbij had hij bij de lokale reddingsbrigade de nodige ervaring opgedaan met de inzet van snelle boten.
Albert van der Plas: “Het verschil met vroeger? Voor alle functies is er een adequaat opleidingstraject. Dat biedt de reddingmaatschappij aan en daar wordt ook veel waarde aan gehecht. We worden geschoold en getraind op vaardigheden. Ik vind dat een goede ontwikkeling,” benadrukt Albert. “Net zoals de inzet van de directie van de KNRM om ons te voorzien van optimale middelen. Dat geldt voor alle materialen, de schepen en alle toebehoren, zoals de overlevingspakken en de reddingsvesten.”
Per 1 januari treedt Albert van der Plas uit dienst en volgt Jaco Vooijs (48) hem op. Jaco is sinds 2005 reserve-schipper. De nieuwe schipper van de reddingboot Edith Grondel heeft een lange ervaring op de visserij en is geschoold in alle relevante bevoegdheden voor de zeevisvaart en inmiddels ook voor die bij de reddingmaatschappij. Sinds een aantal jaren werkt hij vlakbij de redschuur op het bedrijventerrein ’t Heen bij Katwijk Chemie. “Een onderneming die dit werkt steunt en me ruimte geeft snel te vertrekken als het alarm afgaat,” vertelt Jaco Vooijs.

Ervaringen
In de loop der jaren maakte Albert van der Plas veel inzetten en daadwerkelijke reddingen mee. “Alle acties heb ik nog op het netvlies,” verduidelijkt Albert. “Een aantal staat zelfs heel helder in mijn herinnering gegrift. Bijvoorbeeld die van rond de eeuwwisseling bij onverwacht slecht weer, toen meerdere schepen tijdens een zeilrace in nood geraakten. Maar ook die surfer die de uitputting nabij was, onderkoelt raakte en wij dus net op tijd uit zee redden. Plus de stranding voor een zeiljacht tussen Katwijk en Noordwijk. Gemiddeld op jaarbasis hebben we tussen de 30 en 40 keer een alarm. Reken maar uit hoe relevant we dus als station Katwijk zijn.”
Trieste ervaring maken ook deel uit van het reddingswerk. “Denk aan de vader en dochter die in een zwin in het strandgedeelte voor de Boulevard verdronken, ondanks onze poging tot reanimeren. En de jonge Duitser die voor de Uitwatering verdronk. Ondanks een vlekkeloos verlopen en snelle actie waren we misschien seconden te laat.”