Vrijwilliger bij de KNRM zijn sommigen gewoon voor altijd!

23 januari 2019
ijmuiden

In het laatste nummer van De Reddingboot schenken we aandacht aan het zg. Oud Zout binnen de KNRM. Drie mannen op een zekere leeftijd vertellen over hun rol binnen de KNRM. Dat ze al lang gepensioneerd zijn, deert hen niks. Deze oude rotten weigeren achter de geraniums plaats te nemen. En dus komen ze, jaren na actieve dienst, nog regelmatig over de vloer bij hun favoriete reddingstation. Oude liefde roest niet. Vrijwilliger bij de KNRM zijn sommigen gewoon voor altijd.

Een van hen, die ook de voorkant van het blad siert, is Johan Kooijman (70). Hij diende ruim 38 jaar bij reddingstation Paal 8 bij op Terschelling, waarvan achttien jaar als schipper. Nu hij met pensioen is komt hij er zelfs dagelijks. Het boothuis is twee keer flink uitgebreid en de laatste keer, in 2013, mocht Kooijman een steen met zijn eigen naam inmetselen. Een mooi gebaar naar een zeer gewaardeerde vrijwilliger.

‘Op mijn 32e begon ik hier als helper aan de wal. Mijn broer zat al bij de KNRM en dat leek mij ook wel wat. We hadden in die tijd nog een houten reddingboot met een wipperkanon, dat we gebruikten om schepen in nood te bereiken. Dat ging niet altijd goed. Die houten schepen van toen vielen nogal snel uit elkaar. Bijna alle boerderijen hier op het eiland zijn van scheepshout gemaakt.

In mei 1981 ging het goed mis. Ik was toen nog helper op de wal, maar mijn broer zat in de boot. Die sloeg om en daarbij is een van onze mensen om het leven gekomen. Waarschijnlijk is hij op zijn hoofd geraakt door een los stuk hout. Dat was de laatste keer dat we iemand van onze eigen mensen verloren. Ik liep met mijn broer naar huis om even te douchen, toen we in het dorp de vrouw van de overledene zagen lopen. Die wist toen nog van niets.

Alle Terschellingers hebben ‘burenplicht’. Omdat er geen uitvaartonderneming op het eiland is, nemen de buren die taak op zich. Ik heb daarom zelf nog geholpen om de kist van de vrijwilliger naar het kerkhof te dragen.

Fysiek ging het werk me altijd goed af. In 1986 werd ik schipper. Elf jaar later moest ik een open-hartklepoperatie ondergaan, maar daarna ben ik gewoon weer teruggekeerd in die functie. Toen ik volgens de regels te oud werd om het water op te mogen heb ik dispensatie aangevraagd, maar op mijn 65e was het mooi geweest. Je lichaam wordt toch stijver en dat gaat niet meer over. Ik kan terugkijken op 345 acties, 581 geredden waaronder zeven dieren.

Vorig jaar heb ik een beroerte gehad en dat heeft er wel flink ingehakt. Ik kon geen woorden meer vinden voor wat ik wilde zeggen. Een jaar lang heb ik intensief met mijn vrouw geoefend en nu heb ik alleen af en toe nog moeite met wat langere woorden.

Soms ga ik nog wel mee het water op. Laatst zijn twee mensen van ons station naar Noorwegen geweest. Daar kregen we de IMRF Award voor ‘Outstanding Team Contribution to a Maritime SAR Operation’ voor twee operaties, waaronder het redden van de bemanning van een visserskotter die bij Schiermonnikoog was drooggevallen. Een mooie aanleiding voor een tripje van twee dagen naar Noorwegen.

De mannen rukken gemiddeld zo’n 25 keer per jaar uit, maar iedere woensdag oefenen ze op het water. Dat is veel vaker dan vroeger; toen was vier keer per jaar oefenen al veel. Iedere maandag komt iedereen hier naartoe voor al het onderhoud. Zij zorgen ervoor dat het materieel er piekfijn bijstaat en ik houd dagelijks de boel in het bemanningsverblijf een beetje netjes. Het is hier toch een mannenhuishouding en zo blijft het voor iedereen een prettige plek.’

De andere geportreteerden zijn Ander van Rooijen van Westkapelle en Ben Haazebroek van Scheveningen. Die verhalen leest u in De Reddingboot van januari.

Geen De Reddingboot ontvangen? Wordt dan donateur en ontvang het blad drie keer per jaar.

fotografie: Femmy Weijs