Drukke Eerste Pinksterdag

31 mei 2020
dordrecht

Meestal is drie maal scheepsrecht. 

Op deze warme Eerste Pinksterdag staat de teller voor de vrijwilligers van de reddingboot KBW 1910 van KNRM reddingstation Dordrecht rond zes uur ’s middags al op acht inzetten. 

’s Morgens om half tien wordt de bemanning van het Pinksterontbijt en de kerkgang weggeroepen om assistentie te verlenen aan een vastgelopen scheepje in het Gat van de Noorderklip. Het is druk in de Brabantse Biesbosch. Bij de Rietplaat wordt de reddingboot gewenkt. Een scheepje had de diepte verkeerd ingeschat en had zich net vast gevaren. Omdat de oorspronkelijke alarmering veilig vast lag had de KBW 1910 tijd om het scheepje los te trekken. 

Dat was één.

Hierna voer de KBW 1910 door naar het Gat van de Noorderklip. Daar werden ze gewenkt door een scheepje dat in de oever vast lag. Zij hadden de avond tevoren geankerd aan de overzijde van het water en in de nacht hadden stroom en wind het anker doen krabben waardoor zij aan lager wal wakker werden. De oorspronkelijke melder werd intussen gebeld dat ze nog even moesten wachten. Een sleepverbinding was snel gemaakt en het schip werd weer losgetrokken. 

Dat was twee.

Nu was het de beurt aan de oorspronkelijke melder. Ook deze lag vast in de oever van het Noordergat van de Klippen. Wederom een sleepverbinding en vlot getrokken. 

Dat was drie.

Op weg naar de eerste melding was de KBW 1910 al een platbodem gepasseerd die ook vast lag. Na de derde melding passeerde de reddingboot de platbodem weer en nu wenkte de bemanning van de platbodem de reddingboot. Ze kregen hun schip niet zelfstandig van de slikbank en hulp was nodig. Deze hulp kon de KBW 1910 bieden. Met de 435 paardenkrachten van de reddingboot werd ook dit schip weer in dieper water gebracht.

Dat was vier.

Op het moment dat de KBW 1910 haar boothuis in wilde varen kreeg ze van de meldkamer in Rotterdam een alarm. Bij Barendrecht was een sloep op een krib gevaren en hulp was zeer nodig. Direct keerde de reddingboot de steven en snelde via de Dordtse Kil naar het schip in nood. Ook de P8 van de politie kwam ter plaatse. De P8 was er als eerste bij en trok het scheepje van de krib.

Dat was vijf. 

De KBW 1910 gaat nu retour station en de bemanning krijgt een moment rust.

Een kort moment.

Het zes meter lange bootje waar twee sleepjes geleden nog vriendelijk naar gewuifd werd belt de schipper van de KBW 1910 dat ze hun bootje niet zelf los krijgen en verzoeken om hulp. De KBW 1910 voer weer uit en heeft het scheepje snel los getrokken. 

Dat was zes.

Honderd meter verder lag een speedkruiser dwars in de vaargeul te dobberen. De KBW 1910 gaat direct ter plaatse. Aan boord zes opvarenden waaronder twee kinderen. Het schip had motorstoring en kon niet verder. De KBW 1910 nam onmiddellijk het schip op sleeptouw en heeft de speedkruiser overgebracht naar de haven van Lage Zwaluwe, waar reparatie plaats kon vinden. 

Dat was zeven.

De KBW 1910 keerde terug naar de haven en de vrijwillige bemanning van de reddingboot rook de frituur al toen ze de melding kregen van een twaalf meter jacht aan de grond in het Noordergat van de Vissen. De reddingboot keerde en voer moet enige snelheid naar het jacht in nood. Aan boord bevonden zich twee opvarenden en een hond. Het bleek te gaan om een 15 ton zwaar schip wat door de opvarenden gehuurd was. Zij hadden geen vaarervaring en waren erg blij dat de KNRM aan boord kwam. Nadat het jacht van de bank gesleept was hebben de opstappers aan boord van het jacht de opvarenden wegwijs gemaakt op het schip waarna deze zelfstandig over de Amer naar de jachthaven van Drimmelen kon varen. 

Dat was acht. 

Vroeg in de avond kon de KBW 1910 eindelijk het boothuis in, bunkeren en de bemanning kon wat eten.