Hoe wordt er gezocht naar vermiste personen in het water?
De afgelopen weken is de KNRM meerdere keren opgeroepen om te helpen bij zoekacties naar vermiste zwemmers langs de Nederlandse kust. Zulke inzetten vragen om snelheid, samenwerking én uiterste precisie. Want, wie bepaalt eigenlijk waar gezocht wordt? En hoe houden redders overzicht op een zee die voortdurend in beweging is?
Wie houdt het overzicht in de zoekactie?
Het Kustwachtcentrum in Den Helder is de coördinator van zoek- en reddingsacties (Search and rescue). Zij piepen ook de reddingstations van de KNRM op. Alle reddingstations hebben per reddingboot drie tot zes bemanningsleden aan boord. Het Kustwachtcentrum wijst op zee één schip aan als regelaar en coördinator van de zoekactie ter plaatse. Die heet dan ook 'on scene coördinator'. Deze reddingboot heeft goede communicatieapparatuur en er is ruimte aan boord om te werken en te rapporteren aan de Kustwacht.
Wat is de afspraak bij het zoeken?
Een computer van de Kustwacht berekent in welk gebied het beste gezocht kan worden. Dat ligt aan het getij – wordt het eb of juist vloed? – en de richting van de wind. Vooral de stroming van het water speelt een rol. Als duidelijk is waar gezocht moet worden, is er overleg tussen de reddingboten welk zoekpatroon wordt gebruikt.
Op welke manier kun je zoeken?
Dat kan in vierkantjes vanaf de plek waar iemand het laatst gezien is (afbeelding 1 hieronder). Je vaart dan bijvoorbeeld 1 minuut naar het noorden, 1 minuut naar het oosten, 2 minuten naar het zuiden, 2 minuten naar het westen, 3 minuten naar het noorden enzovoort. Zo wordt het zoekgebied steeds groter gemaakt. Zijn er smalle vaargeulen en zandbanken en je kunt niet overal varen, dan passen de redders de zoekpatronen aan. Zij varen dan parallel aan elkaar in een vast zoekpatroon (afbeelding 2 en 3).
Hoe zoeken de redders?
Ze kijken. Met hun blote oog. Als de redders aan dek denken dat ze iets gezien hebben in het water, pakken ze een verrekijker. Ze kunnen niet de hele tijd door de verrekijker turen, want dat beweegt te veel en dan worden ze draaierig. Dat is niet handig. De redders wisselen elkaar regelmatig af, want het is heel intensief werk.
Toeval
Het zoeken doen de redders met hun ogen. Maar dat is best lastig, zegt schipper Vincent. “Meestal drijft een drenkeling net onder water namelijk. En als iemand donkere kleren aan heeft, is het nog lastiger te zien. Soms gebruiken we iets drijvends, een wit plaatje plaatje of een boeitje, om te kijken waar dat heen zou dobberen. Dan weten we wat de stroomrichting is. Vanuit de lucht is het meeste te zien. Daarom gebruiken we nu ook drones en helikopters om te zoeken. Die zien veel meer dan wij vanaf een boot. Voor ons moet het eigenlijk binnen een meter of tien vanaf de boot zijn, wil je iets vinden. Je moet soms geluk hebben. Ik heb een keer een drijvend zwemvest gevonden, omdat ik misselijk over de rand van de reddingboot hing en het zag drijven. Toeval dus.
Deel dit bericht
Gerelateerde blogs
Word donateur
DIT BETEKENT UW DONATIE VOOR DE KNRM
De KNRM is een goed doel. We ontvangen geen subsidie van de overheid. Daarom is jouw bijdrage zo belangrijk.
Met jouw hulp leiden we vrijwilligers op, onderhouden en bouwen we reddingboten en houden we de uitrusting van onze redders op orde.