HOME

Prinses Beatrix, beschermvrouwe van de KNRM

Prinses Beatrix is sinds 1980, toen zij koningin werd, de beschermvrouwe van de KNRM. Zij nam dit over van haar moeder, prinses Juliana. De band tussen KNRM en het koningshuis gaat terug tot de oprichting in 1824, toen Koning Willem 1 getracht heeft de twee opgerichte reddingmaatschappijen te laten fuseren. Van een koninklijke beschermheer is het niet gekomen in de ambtsperiode van Koning Willem 1, 2 en 3.

Pas in 1891 gaf Koningin Emma gehoor aan het verzoek beschermvrouwe te worden. Koningin Wilhelmina nam dat in 1899 van haar moeder over. Sindsdien heeft de Redding Maatschappij altijd de vorstin als beschermvrouwe gehad. Vanaf 1907 was Prins Hendrik eveneens beschermheer. Na de ramp met de veerboot Berlin in Hoek van Holland, die aan 129 opvarenden het leven kostte, heeft hij zich ingespannen voor het reddingwezen in Nederland. Zowel op zee als op het land. Na zijn overlijden in 1934 nam Prinses Juliana deze erefuncties over. Prins Bernhard werd in 1937 erevoorzitter.

Predikaat "Koninklijk"
Koningin Juliana verleende in 1949 aan de twee reddingmaatschappijen bij hun 125-jarig bestaan het predicaat “Koninklijk”. Dit predicaat werd in 1991, na de fusie tot de KNRM door Koningin Beatrix bestendigd. Tegenwoordig moet elke 25 jaar het predicaat opnieuw worden aangevraagd voor bestendiging.

Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix is momenteel beschermvrouwe van de KNRM. Over de eretitels van de Prinses en Koning Willem Alexander wordt later besloten of en welke veranderingen er plaatsvinden.

 In de reddingvloot van de KNRM staan sinds 1824 achttien reddingboten met een koninklijke naamgeving.

DEEL DIT BERICHT