Robert Herks

Corry van der Haven-Eikelenboom

Zelf in gevaar, maar niets doen was geen optie

Robert Herks, schipper van de reddingboten van Dordrecht, is een doorgewinterde hulpverlener. Als reddingbootschipper, beroepsbrandweerman en met zijn reddingsbrigadeverleden is redden voor hem al jaren ‘de normaalste zaak van de wereld’.
 
Tot 28 februari 2011, toen hij aankomend bij een aanvaring voor een duivels dilemma stond. “We hebben ingegrepen in de wetenschap dat onze eigen veiligheid in gevaar was. Maar niets doen was gewoon geen optie…”
 
Herks was met drie opstappers onderweg naar een gemelde aanvaring tussen twee binnenvaarttankers op de kruising van de Noord/Lek en de Nieuwe Maas. “De Verkeerscentrale had contact gehad met één van de tankers. Die meldde dat zij weliswaar schade hadden, maar geen gewonden. Zij zagen kans veilig af te meren.
 
Moeilijke beslissing
De zorg ging echter uit naar het andere schip. Dat schip lag in de duisternis een verkeerde koers voor en antwoordde niet op aanroepen”. De combinatie van die twee zaken was alarmerend, te meer daar het een tanker betrof met mogelijk gevaarlijke stoffen aan boord en het feit dat het schip op ramkoers lag met een pontsteiger. “Wij hebben snel een rondje om het schip gevaren, maar kregen geen reactie. En dus stonden we voor de keuze: Poolshoogte nemen aan boord van de tanker, met het risico gevaarlijke stoffen in te ademen, of het schip laten varen, met een ramp als mogelijk gevolg”.
 
Niet alleen de schipper, maar ook één van de opstappers kon bij die beslissing gelukkig terugvallen op brandweerkennis en –ervaring. “Onze inschatting was dat we het risico konden nemen. Maar het bleef een risico. Níemand garandeerde ons dat onze veiligheid was gewaarborgd”.
 
De opstapper die oversprong drong het stuurhuis binnen, alwaar het een enorme ravage was. De Tsjechische schipper zat klem tussen het puin en zijn roer. De man was bij kennis, maar oogde verward.
 
“Onze man heeft zich een weg gebaand door de ravage en toen het roer van de schipper overgenomen. Intussen hadden wij een tweede opstapper overgezet, die op zoek ging naar de matroos. Bij een aanvaring komen opvarenden namelijk áltijd naar boven; men zoekt elkaar op. Dat er nu maar één opvarende in de stuurhut zat, was een slecht voorteken”.
 
Een terechte vooronderstelling, zo bleek. Nadat een eerste zoekronde over het schip niets had opgeleverd, kwam de opstapper bij een dicht zittende deur. Na die deur met veel moeite geopend te hebben, bleek achter de deur een naakte, zwaargewonde man te liggen. “De man had liggen slapen en was door de aanvaring door de lucht gevlogen en tegen de deur gekwakt. Daarbij had een rond vliegende airco zijn hoofd geschampt.
 
Op de grond lag een stuk hoofdhuid met haren eraan…” De matroos was bij kennis en klaagde over uitval in armen en benen. Herks bestelde direct een ambulance bij de steiger, waarvan zijn opstapper aangaf er te kunnen aanleggen. Met vereende krachten werd de patiënt op de wervelplank gelegd, hetgeen in het kleine verblijf een heikele klus bleek. “Toch hebben we de man weten af te voeren. Spijtig genoeg hoorden we later dat hij een gebroken nekwervel had en blijvende verlammingsverschijnselen aan het ongeluk heeft overgehouden”.
 
Een ongeluk met een enorme impact voor de hulpverleners. Daarbij ligt voor de opstappers de nadruk op de verwondingen van de patiënt. En op de enorme ravage. Herks daarentegen blijft met name denken aan die ene, verstrekkende beslissing. “Mijn mannen hebben gevaar gelopen. Dat vreet aan mij. Maar als we níet hadden ingegrepen en het was misgegaan, dan had dat minstens zo zwaar op mijn schouders gedrukt. Soms moet je kiezen uit twee slechten”.
 
Dit incident is door KNRM én brandweer geëvalueerd. Er volgt nadere afstemming over het optreden bij incidenten met gevaarlijke stoffen.

Help mee

Wat kan ik geven?