Dave Mol en Marcel Poppe

Corry van der Haven-Eikelenboom

We schreeuwden elkaar toe dat we scherp moesten zijn

Het was slecht!
 
Het reddingstation IJmuiden heeft een opvallend jonge ploeg vrijwilligers. Toen op 9 december 2012 de bulkcarrier Ocean Victory in slecht weer dreigde te stranden op het strand van Zandvoort, nam schipper Ton Haasnoot alleen zijn meest ervaren bemanningsleden mee. Onder hen twee ‘jonkies’, Marcel Poppe (29) en Dave Mol (26).
 
Eerst de feiten op een rij: Bij het aanlopen van de haven van IJmuiden overvoer de Ocean Victory een boei, waarbij de boeiketting in de schroef sloeg. Het schip dreef onbestuurbaar richting kust, in een noordwesterstorm en vier tot vijf meter hoge golven. Diverse sleepboten zetten koers naar het Panamese zeeschip en de Kustwacht alarmeerde de reddingboot Koos van Messel (IJmuiden).
 
“Ik had visite toen de pieper ging”, herinnert Marcel zich. “Ik heb maar gezegd dat ze de deur achter zich dicht moesten trekken en ben weggerend”. Dave was op deze zondagavond gewoon thuis. “Mijn vrouw riep me nog na dat ik voorzichtig moest doen”. De twee kwamen  als één van de eersten aan. Marcel: “Even later stonden er wel tien bemanningsleden op de steiger. De schipper moest dus een keuze maken, aangezien onder deze omstandigheden iedereen in de riemen moest kunnen zitten”. Richard, Ward, Jan, Marcel en Dave werden verkozen. “Daarna ging het heel snel”, vertelt Dave. “Pakken aan, het was pikkedonker”. Marcel knikt. “We zeiden niet veel. Want we wisten te weinig. En dus was het luisteren, luisteren, luisteren. En toen tussen de pieren het gas erop ging, schreeuwden we elkaar toe dat we scherp moesten zijn. ’t Was slecht…”
 
Marcel Poppe
 
De Ocean Victory dreef ongeveer 5 mijl uit de kust toen de reddingboot ter plaatse kwam en Jan, Marcel en Dave aan dek gingen. De eerste sleepboot ondernam toen reeds een poging verbinding te maken. Het was de eerste van vele pogingen; uiteindelijk moesten drie sleepboten terug naar de haven en slaagde de vierde er niet in verbinding te maken. En al die tijd lag de Koos van Messel op korte afstand te stampen en te rollen. “Stil liggen is funest. Ik heb echt mijn slechte momenten gehad”, erkent Dave. “Je wordt moe, je wordt katterig, te meer daar er voor ons geen actie was. We lagen stand-by”. Dat veranderde toen de kapitein om hulp riep. “Toen de derde sleepboot vertrok, zag de kapitein geen uitweg meer”, zegt Marcel. “Onze schipper heeft hierop onze diensten aangeboden. Wij konden natuurlijk niet aan dat schip gaan trekken, maar wij konden wel proberen een verbinding tot stand te brengen voor de laatste sleper, zo voorkomend dat de sleepboot geweldige risico’s moest nemen om langszij te gaan. Dat konden wij beter doen”.
 
Besloten werd een schietlijn te gebruiken. Marcel lacht. “Die lijnen zijn van vroeger en behoren niet meer tot standaard-uitrusting van een reddingboot. Toevallig hadden wij er nog twee aan boord, overgebleven van de stranding van de Aztec Maiden”. Hoewel niemand ervaring had in het gebruik van de raketlijn, besloten de redders toch tot gebruik. “Ik duwde mijzelf op het achterdek in een hoekje en probeerde in het deklicht de gebruiksaanwijzing te lezen, terwijl ik van tijd tot tijd bedolven werd onder overkomend water”. De schietpoging slaagde en de Koos van Messel wist uiteindelijk een sleeptros op de sleepboot Triton te krijgen. Deze verbinding hield wél stand. “Voor ons zat toen het werk erop”, zucht Dave. “Ruim zeven uur na het alarm”.
 
Rest de vraag of dit een redding was of een bergingsklus. “Er tussenin”, zeggen beiden stellig. “We hebben de bergers geholpen en daarbij met name ook hún veiligheid op het oog gehad. Vergeet niet: Eén van de sleepboten verloor haar sleepgerei als gevolg van een overkomende zee. Als materiaal van het dek spoelt, kunnen er ook kerels overboord slaan”. En dus zijn de mannen voldaan. “Klopt”, knikt Marcel. “Maar geen gejuich. De blijdschap en de trots zitten van binnen”. 

Help mee

Wat kan ik geven?