Terug in het boothuis heb ik de mannen een groot compliment gemaakt

Schipper Thomas Steenvoorden (l) van de reddingboot Paul Johannes (Noordwijk): “Dat ik de bemanning later moest vertellen dat de duiker was overleden doet daar niets aan af."
 
Harm Plasse, ambulanceverpleegkundige en vrijwilliger bij station Katwijk, geeft Thomas Steenvoorden gelijk. “We hebben gedaan wat we konden. Maar toen wij bij het schip aankwamen, wist ik eigenlijk al hoe laat het was.”
 
Station Noordwijk kreeg 17 maart rond 14.00 uur alarm. “Vanaf het eerste moment had ik het gevoel dat het erom ging spannen”, zegt Thomas. “Mede om die reden wilde ik geen ambulance afwachten. Toen we genoeg jongens hadden, zijn we meteen vertrokken.”
 
De melding – een onwel geworden duiker – werd enkele minuten later bijgesteld. Er werd door zijn duikmaten een reanimatie gemeld. Thomas: “Dat vroeg om een ander plan, maar zo ongeveer op hetzelfde moment meldden onze Katwijkse collega’s zich. Die vertelden dat zij ambulancepersoneel aan boord hadden. Ik was stomverbaasd. Hoe kon dat?” Harm glimlacht.
 
Thomas Steenvoorden en Harm Plasse
 
“Stom toeval. Hugo (schipper reddingboot Katwijk, red.) en ik reden met de ambulance op de boulevard toen mijn pieper voor de reddingboot ging. Wij mogen natuurlijk niet van de ambulance af, maar vanwege de melding besloten we toch even naar het boothuis te rijden. Bij aankomst waren er al vier man bezig de boot klaar te maken. Wij informeerden naar wat er loos was en toen we hoorden dat er een duiker bewusteloos was, heb ik de Alarmcentrale gezegd dat wij meegingen, voorzien van onze zuurstoftas, monitor en acute koffer.”
 
“Op de radar zag ik dat wij als eerste zouden aankomen”, zegt Thomas. “Daarom hebben we al varend plan de campagne gemaakt. We zouden direct langszij gaan, twee man overzetten, de patiënt zo snel mogelijk aan boord nemen en daar de reanimatie voortzetten.” Zo geschiedde. Op het moment dat Harm en Hugo van de ene op de andere reddingboot oversprongen, werd op de Paul Johannes juist de AED klaargemaakt voor gebruik. Het duikpak was al opengesneden.
 
“Ik ben aan het hoofdeind van de duiker gaan zitten en heb meteen de leiding genomen over het medische deel van de actie”, zo kijkt Harm terug. Die hiërarchie was gelegen in het feit dat Harm niet als KNRM’er, maar als professioneel ambulanceverpleegkundige aanwezig was. “De Noordwijkers hebben dat geweldig goed opgepakt en mij als team bijgestaan in de reanimatie, terwijl het schip op volle snelheid richting kust voer.” Daar stond het kusthulpverleningsvoertuig van Noordwijk klaar om de patiënt over te nemen. En op de strandopgang werd de patiënt overgebracht in een ambulance, die de man met grote spoed naar het ziekenhuis vervoerde.
 
“Een actie uit het boekje!”, zegt schipper Thomas niet zonder trots. Al had hij bij terugkomst op het strand al zijn bedenkingen bij de afloop. Bedenkingen die Harm al veel eerder had. “Toen wij lanceerden, was op het duikschip de reanimatie al begonnen. Daarna was het twintig minuten varen. En twintig minuten terug. Dat is normaliter te lang. Ik wist dat de man eigenlijk geen kans heeft gehad.”
 
Toch tonen foto’s van de actie een strak gespannen Harm Plasse, zichtbaar vechtend voor het leven van de patiënt. “Natuurlijk! Er zitten gedachten in je achterhoofd, maar daar doe je niks mee. Je vécht totdat je bevestigd krijgt dat het geen zin meer heeft.” Die bevestiging volgt pas uren later in het ziekenhuis. “Ik werd door Hugo gebeld”, vertelt Thomas. “Een drama voor de nabestaanden.
 
Toch was ik trots op de klus die we in gezamenlijkheid hebben geklaard. De trieste afloop verandert daar weinig aan.” Of dat voor al zijn jongens net zo geldt, moet de toekomst uitwijzen. “De klus heeft fysiek én psychisch veel van de mannen gevraagd. Het is dus zaak iedereen goed in de gaten te houden.”

Help mee

Wat kan ik geven?