Rein Snoek

Corry van der Haven-Eikelenboom

Soms loop je nóg een tandje harder dan anders

De KNRM vaart altijd, ongeacht de melding. Toch zijn niet alle meldingen gelijk. Rein Snoek, opstapper bij het reddingstation Urk, kan erover meepraten. “Soms loop je nóg een tandje harder dan anders”.
 
Het was dinsdagmiddag tegen drieën – Rein was gewoon aan het werk – toen de pieper een ‘scheepvaartbrand’ meldde. “Zo hard ik kon, fietste ik naar een autogarage op enkele honderden meters van mijn werk. Toen ik aankwam, kwam ook opstapper Wolter aan fietsen.
 
Samen sprongen we bij Willem, de garagehouder, in de auto en zijn we zo snel als mogelijk naar het boothuis gereden. Daar aangekomen scheidden als vanzelf onze wegen: Willem – de plaatsvervangend schipper  – sprong met Wolter aan boord van de grote reddingboot Kapiteins Hazewinkel, om daar alvast alles op te starten. Ik trok direct mijn pak aan en bemande de kleinere reddingboot Willemtje, die bij dit soort gevallen altijd vooruit wordt gestuurd voor de eerste hulp”.
 
Rein Snoek
Terwijl Rein een kort moment op collega’s wachtte, informeerde hij bij Wolter of er al meer gegevens bekend waren. “Scheepje zit bij de Ketelbrug, tien man aan boord!”, riep zijn maat hem toe. Met Dirk aan het roer, Sjoerd aan de communicatie en Rein als navigator voer de Willemtje volle kracht de haven uit, terwijl de Kapiteins Hazewinkel achterbleef om op de tevens gewaarschuwde brandweer te wachten. “Direct buiten de haven kregen we het scheepje in het vizier. Er was een enorme rookontwikkeling te zien”. 
 
Tijd voor nader overleg tussen de drie redders was er niet. Ook niet toen bij aankomst bleek dat zich aan boord van het veertien meter lange jacht een groep verstandelijk gehandicapte mensen bevond…
 
“Ik zie ze nog zitten: met z’n allen op een kluitje op de voorpiek, terwijl het achterschip dichtzat van de rook”. Dirk manoeuvreerde de Willemtje langszij het jacht om Rein af te zetten. “De drie begeleiders waren zichtbaar opgelucht dat we er waren. Van de gasten had ik de indruk dat ze lang niet allemaal konden inschatten hoe ernstig de situatie was. Communiceren met deze mensen bleek onmogelijk, maar daar was toch geen tijd voor.
 
Sjoerd en Dirk waren ook overgesprongen (de Willemtje lag langszij vastgeknoopt, red.) en we begonnen direct met het evacueren van de groep. Zonder overleg; het was gewoon pakken wat we pakken konden!” 
Binnen enkele minuten was de hele groep van boord. Op dat moment kwam ook Post Watersport (berger) aan met een brandbluspomp, snel daarna gevolgd door de Kapiteins Hazewinkel.
 
De Willemtje voer met de geredden terug naar Urk, alwaar de groep in het bemanningsverblijf werd opgevangen. “Toen de Kapiteins Hazewinkel even later de haven binnenvoer, met opzij de zwaar gehavende kruiser, stond de groep op de kant te applaudisseren. Blijkbaar had de hele situatie toch indruk op hen gemaakt en wilden ze ons op deze manier bedanken”.
 
De mannen zelf kijken ook met veel voldoening op de actie terug. “Bij dit soort acties slaan we elkaar steevast op de schouder,  als een simpel gebaar van ‘we hebben het weer geflikt’. Want laten we eerlijk zijn: Al die bootjes die wij per jaar op sleep nemen, zijn prima. Maar voor dit soort acties ben ik bij de KNRM gegaan!” 

Help mee

Wat kan ik geven?