Sake Dijkstra

Corry van der Haven-Eikelenboom

In het stuurhuis vonden we de schipper, onderuit gezakt in een stoel

Het jaar was nog maar amper van start toen de bemanningen van Urk en Lemmer gealarmeerd werden voor een gestrand vaartuig. “Strandingen komen bij ons bijkans dagelijks voor”, zegt Sake Dijkstra, één van de schippers van de Lemster reddingboten.
 
 “Maar niet in januari. Het moest dus haast wel beroepsvaart zijn. Al vonden we dat óók vreemd, aangezien het prima weer was” (Zuid 4, red.). De onduidelijkheid duurde maar even. Het binnenvaartschip Warber was in de Rotterdamse Hoek aan de grond gelopen, nadat de schipper door een beroerte was getroffen.
 
“Al die gestrande bootjes in het hoogseizoen. We doen het graag hoor, maar we worden er ook wel eens een beetje moe van”, erkent Sake. “Maar dit was anders. In no-time stonden we met zes man in het boothuis. Chiljon, de andere schipper, belde voor informatie met de Kustwacht. Omdat we het ergste vermoedden, wilde ik de uitkomst van dat gesprek niet afwachten. Met Joost Oosting en Kai Linnenbrügger vertrok ik alvast met de John Stegers”. Amper vertrokken kregen de drie mannen nog net door dat het waarschijnlijk om een beroerte ging. “Daarna trokken we het gas open en hebben we weinig meer van de verdere communicatie vernomen”.
 
Sake Dijkstra
 
Bij de Warber aangekomen, sprongen Joost en Sake direct aan boord. In het stuurhuis vonden zij de schipper, onderuit gezakt in een stoel. “Hij brabbelde wat, alsof hij vreselijk dronken was”. In het stuurhuis bevonden zich ook de twee andere opvarenden van het schip. “Twee Duits sprekende mannen, wij dachten Roemenen. Ze waren uiterst behulpzaam, maar konden zelf weinig uitrichten”. De twee Lemster redders gaven de schipper zuurstof en deden een aantal tests om te kijken hoe de man eraan toe was. “We hebben op de man ingepraat en gepoogd hem rustig te houden. Je weet immers niet waar de man zich wel en niet bewust van is. Paniek ligt op de loer”.
 
Intussen konden Joost en Sake weinig anders doen dan wachten op versterking, hetgeen ruim 5 minuten duurde. “Toen arriveerden snel achtereen de drie andere reddingboten. De Urkers brachten een brancard aan boord, die we met de scheepskraan overzetten op de reddingboot Kapiteins Hazewinkel”. De Urker reddingboot voer vervolgens volle kracht naar Lemmer, alwaar een gewaarschuwde ambulance klaarstond. De achtergebleven redders ontfermden zich over de twee matrozen. “Zonder schipper moest het schip worden afgemeerd. Dat lukte prima, waarmee voor ons de klus ten einde was”.
 
Praktisch wel, maar uit de nabestrekingen bleek dat de actie indruk had gemaakt. “In het nagesprek hebben we tegen elkaar gezegd dat iedereen goed werk had verricht. Met de best denkbare afloop op dat moment”. Met enige terughoudendheid vertelt Sake vervolgens dat er twee weken later telefonisch contact is geweest met de familie van de schipper. “Er was weinig vooruitgang. We hopen er maar het beste van…” 

Help mee

Wat kan ik geven?