“Ik heb ze nog toegeroepen: ‘Zie dat je m’n broer vindt!’”

Bert de Boer is schipper op de reddingboten van het reddingstation Lauwersoog. Met ongeveer honderd acties per jaar is redden voor hem bijna ‘sleur’ geworden. Tot 1 november 2006. Op die dag kwamen de excessen van het reddingwerk voor hem bijeen: hijzelf verrichtte een spectaculaire redding, terwijl zijn broer met de Amelandse reddingboot in beestenweer werd vermist. “Uiteindelijk was die 1 november een mooie dag. Maar er zat wel een dipje in”, zegt hij met Groningse nuchterheid. Het hele verhaal.

Slecht weer
“Het was zulk slecht weer dat ik onrustig naar bed ging. Toch sliepen mijn vrouw en ik al toen rond 01.00 uur de pieper ging. Ik heb mijn vrouw nog een zoen gegeven en ben weggevlogen. We zijn met zes man aan boord gegaan, onderweg naar een schip met krabbende ankers. ’t Waaide dat het rookte. Ondanks onze helm met headset hoorden we het donderen van de wind. Dat maak je niet vaak mee. In ons grote zoeklicht wisselden regen, sneeuw en hagel elkaar af. En zeeën! Ik had de Waddenzee nog nooit zo gezien: er kwam water uit het water, vergelijkbaar met een windhoos… De heenreis was dan ook vreselijk vermoeiend. Je moet je continue schrap zetten en constant opletten. Aan de ene kant probeer je snelheid te maken, maar tegelijkertijd moet je vooral snelheid terug nemen. ’t Was bar. Later hoorden we dat er op de Waddenzee die nacht meer dan windkracht 12 stond. Gelukkig hadden we toen geen tijd om daar aan te denken.

Toen we bij het schip aankwamen, heerste er verbazingwekkend genoeg geen paniek. De ankers van het schip hielden het niet. Maar wij konden het schip nooit slepen. Dus spraken we af het schip op de plek te houden door een verbinding te maken en ondertussen de hulp in te roepen van de grotere reddingboot van Eemshaven. We hebben anderhalf uur op hen gewacht. Dat is lang hoor, in dat beestenweer. Maar uiteindelijk lukte het allemaal en later die nacht liepen we met het schip de haven binnen. Eenmaal in de haven begonnen ze aan boord van het schip luid te juichen. Voor een redder is dat een prachtig moment.”

‘Zie dat je m’n broer vindt!’
Toen het schip was afgemeerd, kregen Bert en zijn bemanning het verzoek om naar Schiermonnikoog te komen, om de reddingboot daar te assisteren bij het afmeren van nóg een schip. “Toen we bijna bij Schier waren, hoorden we op de marifoon de vuurtoren contact zoeken met de reddingboot van Schiermonnikoog. Ze vroegen hoe lang zij nog werk hadden, omdat de reddingboot van Ameland van het scherm was verdwenen en ook niet meer antwoordde op aanroepen. Ik was versteend. Ik pakte mijn mobiel en belde mijn broer Kees,die daar aan boord moest zitten. Toen ik de voicemail kreeg, wist ik zeker dat het mis was. Ik heb de jongens van Schier nog toegeroepen: ‘Zie dat je m’n broer vindt!’ en toen zijn wij teruggegaan.

Mijn jongens stelden voor om er ook heen te gaan. Ik zei hen dat dat niet kon. Ze hielden vol en toen heb ik het schip stilgelegd. ‘Met deze boot nu naar zee gaan, is zelfmoord’, heb ik hen gezegd. Natuurlijk wilde ik ook niets liever en als ik een grotere boot tot mijn beschikking had gehad, was ik ook zeker gegaan, maar een Valentijn is beperkt. De terugreis was een drama. Het wachten in het boothuis nog erger. De machteloosheid sloopt je. Na anderhalf uur kregen we bericht dat de Anna Margaretha terecht was en dat iedereen nog leefde! Ze kwamen naar Lauwersoog! Ik heb meteen soep en broodjes besteld en ben daarna op de steiger gaan staan. Nadat ze hadden afgemeerd, ben ik als eerste aan boord gesprongen en heb Kees eventjes geknuffeld. Neem van mij aan dat dat heel wat zegt voor mannen zoals wij. Ik moet ook zeggen dat mijn band met Kees sindsdien nóg intenser is geworden. Ik heb anderhalf uur in de veronderstelling geleefd dat ik hem nooit meer terug zou zien, of in het beste geval met zes mannen achter een auto zou lopen om hem ‘weg te brengen’. Als je hem dan weer ziet…”

Bert de Boer kreeg maanden later een onderscheiding voor de door hem uitgevoerde redding. “Het is prachtig als je waardering krijgt voor wat je hebt gedaan. Temeer daar de redding lang is overschaduwd door het ongeval met de Amelanders. Dat was ook terecht. Onterecht was mijns inziens de media-aandacht voor de paarden bij Marrum. De hele wereld hield de adem in. Wij redden diezelfde nacht 50 mensen. Heb ik niemand over gehoord. Dat is het lot van een redder, zullen we maar zeggen”.

Een succesvolle redding. Een onderscheiding. Maar ook de angstige uren om je broer. Als Bert alles overziet, is 1 november dan een mooie of een zwarte dag? “Een mooie dag, met een dipje. Nee, echt. De Redding Maatschappij heeft deze nacht bewezen over goed materieel en goede mensen te beschikken. We hebben 50 mensen gered en iedereen was weer even doordrongen van de waarde van het werk. Kees denkt daar net zo over. Dat weet ik zeker. Anders was hij wel gestopt. Maar wij stoppen niet. Ze moeten me hier wegdragen,denk ik. Dit werk is gewoon té mooi…”

Help mee

Wat kan ik geven?