Harmen Schuttel, schipper KNRM West Terschelling

Corry van der Haven-Eikelenboom

Drenkelingen bij het Groene strand op Terschelling

“En wij maar denken dat het wel meeviel…”
 
“Wij begonnen de dag met een sleep”, zo begint Harmen Schuttel, KNRM-beroepsschipper op Terschelling, zijn verhaal. “We hebben die sleep losgegooid, toen we een melding kregen voor een losgeslagen lichtschip."
 
Toen die beide klussen waren geklaard en wij de Arie Visser aan het afspuiten waren, kwam er een vrouw de steiger op rennen. Ze was in paniek en riep dat er bij het Groene Strand mensen aan het verdrinken waren. We hebben geen alarm gegeven, maar zijn, met de aan boord zijnde mensen, direct vertrokken. Al dachten we in eerste instantie dat het wel mee zou vallen. Er kan je zó dicht bij het Groene Strand immers weinig gebeuren. […]
 
Jan zat naast me en zag de drenkelingen als eerste. Ik heb Jan naar de open stuurstand op het dak gestuurd en ben zelf naar het achterdek gegaan om Bas en Gerrit te assisteren. Daar aangekomen werd de ernst van de situatie snel duidelijk.
 
De eerste drenkeling verdween voor onze ogen tot twee keer toe onder water. Hierop is Bas de man achterna gedoken. En met succes: hij kreeg hem onder water als door een wonder te pakken. De man had veel water binnen gekregen. We haalden hem via de klep binnenboord en begonnen met reanimeren. Ondertussen bleef Bas zwemmen, op zoek naar de andere slachtoffers. Als tweede kwam de vrouw van het eerste slachtoffer aan boord.
 
Omdat ik aan het reanimeren was, riep ik de vrouw toe dat ze aan boord moest klimmen, maar dat kon ze niet meer. We haalden haar binnenboord, waarna ze direct haar bewustzijn verloor. Binnen een paar minuten hadden we ze alle vijf aan boord. De twee vrouwen waren onderkoeld en het eerste slachtoffer zag er slecht uit. We zijn daarom volle kracht terug gevaren naar de haven. Onderweg een ambulance besteld en een traumahelikopter.
 
De beide vrouwen hebben we op Terschelling naar de dokter gebracht. De twee mannen namen we mee naar ons bemanningsverblijf, terwijl op het achterdek van de Arie Visser de reanimatie van het slachtoffer doorging. Totdat we besloten te stoppen. Verder gaan had geen zin en transport naar Harlingen was kansloos.
 
We hebben de mensen de gehele avond in ons verblijf gehad. Toen de politie hen vrijgaf, hebben we hen overgevaren naar de vaste wal, omdat ze het slechte nieuws zo snel mogelijk aan de kinderen wilden vertellen.
 
In het boothuis en aan boord was geen sprake van paniek. Veeleer heerste er gelatenheid. En op het eiland (het ongeval vond plaats tijdens Oerol, red.) ging het feest gewoon door. That’s life, blijkbaar”.
 
Schuttel sluit af met memorabele woorden: “Naar verluid had het slachtoffer daags voor het ongeval reclame gemaakt voor de KNRM. ‘Dat is een goede club die je moet steunen’, had hij tegen zijn vrienden gezegd. En dan gebeurt dit. En kun je hem niet helpen…”  

Help mee

Wat kan ik geven?