“Bij het overnemen van die kleine pakketjes gaat je rikketik aardig tekeer!”

De eerste dagen van april waren wat het weer betreft vreemde dagen. Terwijl men in het oosten van Nederland zonder jas in de tuin kon zitten, kwam het kwik op de waddeneilanden niet boven de 5 graden, en stond er langs de kust een stormachtige wind uit het noorden.

De bemanning van de reddingboot Dorus Rijkers krijgt op 4 april, om ‘s avonds 21.50 uur alarm voor een op drift geraakt vrachtschip. De onder Antilliaanse vlag varende Fensfjord kampt met motorstoring en is een speelbal van de vier tot zes meter hoge golven. En aangezien de storing er ook voor heeft gezorgd dat alle verlichting aan boord van het vrachtschip is uitgevallen, bevinden de acht bemanningsleden zich in een benauwde positie. De Kustwacht slaat dan ook groot alarm. Niet alleen de reddingboot, maar ook een marinehelikopter en het Kustwachtvaartuig Waker worden naar het stuurloze schip gedirigeerd.

Binnen een paar minuten staan er diverse opstappers op de reddingbootsteiger. Als schipper Bot arriveert, zitten er al twee bemanningsleden in het stuurhuis. Bot wijst een derde man aan en springt ook zelf aan boord. Voor de overigen is geen plaats; de schipper weet dat het met de huidige weersomstandigheden niet verstandig is om meer opstappers mee te nemen. De reddingboot heeft namelijk maar vier zitplaatsen en aangezien de Fensfjord ruim dertig mijl uit de kust ligt, is staan geen doen.

Patrick Maaskant, John Kok en Rob Zijlmans zijn de uitverkorenen. In sneltreinvaart wordt het stuurhuis geïnspecteerd op losliggende onderdelen en ook de meters in het dashboard en de schakelkast worden nog even snel nagekeken. Het kan een zware reis worden, dus niets mag aan het toeval worden overgelaten.

Eenmaal buiten de haven knipperen de mannen een paar keer met de ogen. Ze moeten nog wennen aan het donker. Er staat een hoge zee, maar in het Schulpengat is het nog goed te doen. Voor de zee uit voert Bot de snelheid beetje bij beetje op. Bij twintig knopen is de rek eruit; harder is onverantwoord.

Na middernacht, als de reddingboot zo langzamerhand het onfortuinlijke schip moet zijn genaderd, wordt de radar afgezocht. Op 6 mijl van de door de Kustwacht opgegeven positie verschijnen de eerste bewegingen op het radarscherm. Ondanks dat er buiten niets te zien valt, zijn de vier redders het er snel over eens. “Dat moet ‘em zijn!”, zeggen ze in koor, wijzend op een klein, groen stipje op het scherm.

Nog dichterbij gekomen wordt het zoeken makkelijker gemaakt door de marinehelikopter die boven de Fensfjord hangt en het schip in haar schijnwerpers houdt. Als de Dorus Rijkers arriveert, keert de heli terug naar De Kooij. De brandstofvoorraad van de heli is onvoldoende om nog langer stand-by te blijven en een evacuatie van de opvarenden zit er voorlopig niet in.

Ook voor de reddingboot zit er niets anders op dan het zoeklicht op de Fensfjord te zetten en af te wachten. Het is 00.30 uur en het kan nog uren duren voor er iets van hen wordt gevraagd. En misschien is er wel helemaal geen reddingboothulp nodig. Er zijn sleepboten onderweg en ondanks het slechte weer ziet het er voor de Fensfjord niet echt slecht uit.

Er komt pas beweging in de situatie als de Waker arriveert. Het Kustwachtvaartuig zal proberen een sleepverbinding tot stand te brengen; iets dat met de huidige weersomstandigheden met de nodige risico’s gepaard zal moeten gaan. Ondanks het tijdstip en de vermoeiende reis volgen de mannen aan boord van de reddingboot de verrichtingen van de twee schepen op de voet; scherpte is belangrijk nu het er om gaat spannen.

Langzaam draait de Waker met het achterschip naar de Fensfjord. Meter voor meter komen de twee grote schepen dichterbij elkaar. En waar iedereen bang voor was, gebeurt ook: als de bemanning van de Waker op het punt staat een sleeptros over te gooien, wordt de Fensfjord door de zee opgetild en weggezet. Bot ziet dat de sleepbootkapitein volle kracht vooruit geeft, maar de logge sleper kan niet meer wegkomen. Met een doffe dreun beukt het ‘spookschip’ tegen de Waker.

Een kort moment gebeurt er helemaal niks. Dan meldt de Waker zich. Kustwacht, hier de Waker. Ik ben bang dat het hier niet helemaal goed gaat. Ik denk dat in ‘em geraakt heb.
Niet veel later meldt de kapitein dat het vrachtschip water maakt. Hij vraagt aan de Kustwacht of zijn vrouw en kinderen van boord kunnen worden gehaald. Snel worden de voorbereidingen getroffen voor de evacuatie. “Jullie gaan alledrie naar buiten, ik blijf in m’n eentje hier,” zegt Bot. Hij heeft een jarenlange ervaring, maar momenten als deze wennen nooit.

Als de opstappers de achterdeur open draaien is het of er bak met koude lucht over hen wordt leeggegooid. Na een paar uur stomen is de temperatuur in het stuurhuis aardig opgelopen, en bijna zou je vergeten dat het buiten koud is. Het buiswater snijdt de drie opstappers in het gezicht, maar ze lijken het niet te merken. Snel, maar uiterst behoedzaam lopen de drie door het gangboord naar het voordek. De reddingboot maakt rake klappen. Het onder deze omstandigheden overnemen van mensen wordt een hachelijke onderneming. Maar er is weinig keus. Als de Fensfjord water maakt en straks wellicht zal zinken, is het niet verstandig om tot het laatste moment te wachten. De meest kwetsbare opvarenden kunnen beter nu alvast van boord. Dat geeft rust, maar ook tijdwinst als straks iedereen ineens van boord zou moeten.

Nee toch?! Helemaal goed kon hij het niet zien, maar reddingbootschipper Bot dacht in het schijnsel van het zoeklicht een matroos te ontwaren, met in zijn hand een klein pakketje. “Die kinderen zijn wel erg klein!”, denkt hij bij zichzelf. En inderdaad. De ‘kinderen’ van de kapitein blijkt een tweeling van 8 maanden te zijn. Van overstappen is dus geen sprake. De kleine kinderen zullen moeten worden overgegeven, zoals je dat met een doos zou doen. En dat terwijl beide schepen hevig slingeren en de aangever en de ontvanger vanwege een taalbarrière niet met elkaar kunnen communiceren. Het zal in een fractie van een seconde moeten gebeuren, door een combinatie van gevoel en brute kracht.

Als de Dorus Rijkers voor het eerst tegen de huid van de Fensfjord wordt gezet, veert de reddingboot vanwege de tube direct een beetje terug, waardoor er een gevaarlijk gat ontstaat tussen de beide schepen. Toch ziet de matroos kans om de eerste baby over te geven. Of is het gooien? Niemand kan het navertellen. Als Kok met het kindje in zijn armen staat, lijkt hij een moment verlamd. Hij drukt het goed ingepakte kindje stijf tegen zich aan, en loopt door het gangboord naar het achterdek. Eenmaal in het stuurhuis krijgt hij ook het tweede proppie in de handen geduwd. De andere twee opstappers zullen proberen de vrouw aan boord van de reddingboot te krijgen. Bot moet daarvoor opnieuw aanvaren. Weer wordt de Dorus Rijkers tegen het vrachtschip gevaren en op het moment dat beide schepen redelijk stil liggen, laat de vrouw zich aan dek vallen. De twee redders vangen haar op. De klus is geklaard.

In het stuurhuis van de Dorus Rijkers is de opluchting voelbaar. Want nu pas voelen de mannen dat hun adrenaline in een paar minuten tijd flink was opgelopen. Vandaar dat het niet slecht uitkomt dat voor de reddingboot opnieuw een periode van wachten aanbreekt. Dat wachten duurt echter niet lang, want na enige tijd meldt de Kustwacht zich. Reddingboot Dorus Rijkers, wij begrijpen dat u mensen aan boord hebt. Zullen wij de Christien sturen om u af te lossen? Bot denkt na. Zijn hart zegt dat hij hier moet blijven, maar de Kustwacht heeft gelijk. Voor de vrouw en de kinderen is het beter om naar de wal te gaan. Kustwacht, dat is OK. Zodra de Christien hier is, gaan wij richting IJmuiden.

Bot is nog niet uitgesproken, of de Kustwacht meldt zich weer. Reddingboot Dorus Rijkers, er is een opvarende van de Fensfjord bekneld geraakt door de sleeptros. Ook hij wil graag van boord. Bot antwoordt de Kustwacht en in het stuurhuis worden voor de tweede maal alle voorbereidingen getroffen voor een evacuatie.

Bij het langszij gaan zien de redders dat er twee man klaar staat om over te springen. Blijkbaar houden nog meer opvarenden het voor gezien. Op het moment dat de eerste op de tube van de reddingboot stapt, krijgt de Dorus Rijkers een zeetje en dreigt de man overboord te vallen. De drie opstappers grijpen de man en trekken hem hardhandig binnenboord. Kok drukt de man stevig tegen zich aan, maar laat los als de man het uitschreeuwt van de pijn. Met gebaren maakt de gewonde man de redders duidelijk dat zijn borstkas een optater heeft gekregen. De man wordt voorzichtig naar binnen gebracht en op de grond gelegd.

Als laatste wordt ook de kok van de Fensfjord overgenomen. De drie achtergebleven zeelui zullen proberen de Fensfjord voor zinken te behoeden. De reddingboot Christien assisteert hierbij. Bot geeft gas richting IJmuiden, alwaar de geredden worden opgevangen.

Help mee

Wat kan ik geven?