René Lamens

Image

Warme Kerels

“Wat op mij de meeste indruk heeft gemaakt?” Garagehouder René Lamens uit Berkel en Rodenrijs laat een lange stilte vallen. “Het eerste kwartier na onze kapseis”, zegt hij uiteindelijk.
 
“Omdat we toen nog niet wisten of we überhaupt zouden worden opgemerkt. Dan haal je je van alles in je hoofd…”
 
Het was de tweede tocht met zijn snelle RIB. Aan boord een vriend en drie kinderen. “Mijn zoon en twee van zijn voetbalvriendjes”. Na een bijkans windstille dag trekt aan het einde van de middag de wind aan en wordt het op het Haringvliet snel frisser. “We besloten terug te gaan. En toen gebeurde het. Op ongeveer 150 meter van de helling stuurde ik ietwat stuurboord uit en op hetzelfde moment begon het scheepje naar bakboord over te hellen en gingen we met een snelheid van zo’n 50 km/uur over de kop”. De kapseis blijkt achteraf het gevolg te zijn van een technische onvolkomenheid, maar dat speelde niet op het moment van kapseizen. “Het stuurhuis was eraf geslagen. Misschien door de klap op het water, maar misschien heb ik ‘em ook wel ‘weggekopt’. Het was zó’n enorme klap…”.
 
Rene Lamens - StellendamLamens telde de koppen. Iedereen present. “Het werd zaak snel op de omgeslagen boot te klimmen, wat redelijk goed ging. Ik denk dat we hooguit drie minuten in het water hebben gelegen”. Eenmaal op de boot was de grootste dreiging verdwenen, maar de vijf waren nog lang niet uit de zorgen. “We hadden de klap goed doorstaan, maar al snel diende zich een nieuwe vijand aan: de kou. Het was zó koud! Ik begon helemaal te verkrampen en voelde pijn op de borst opkomen. Dat baarde mij zorgen; ik dacht dat ik een hartaanval zou krijgen”. Lamens besloot die zorg voor zich te houden, om geen verdere paniek te veroorzaken. “Maar ik had het niet breed. Sowieso denk ik dat de volwassenen het slechter hebben gehad dan de kinderen. De combinatie van verantwoordelijkheid en (een onterecht) schuldgevoel over hetgeen was voorgevallen, drukte zwaar”.
 
Langzaam maar zeker dreef het scheepje steeds verder van de kant weg. “We probeerden met schreeuwen en armgebaren de aandacht te trekken van passerende scheepvaart en mensen op de kant, maar niemand merkte ons op. Tot een catamaran ons spotte. Die voer op enige afstand langs en liet weten een reddingboot te alarmeren. Het ergste leed was toen geleden. We waren gezien… Het nieuwe doel werd om naar Stellendam uit te kijken; we wisten dat daar de reddingboot vandaan moest komen”.
 
Na een paar minuten ontwaarden de vijf op afstand een snel varende reddingboot. De reddingboot Neeltje Struijs kwam recht op hen af. “Bij aankomst riepen de redders direct dat eerst de kinderen van boord moesten. En zo gebeurde het ook. Leo en ik volgden even later. En binnen een paar minuten was de reddingboot terug in Stellendam, alwaar ik werd overgebracht naar een gereedstaande ambulance. Vanwege pijn op de borst en onderkoelingsverschijnselen. De anderen kwamen in het bemanningsverblijf op verhaal, met een warme douche, lekkernijen en droge kleding. Geweldig zoals zij zijn opgevangen! Ikzelf moest twee dagen in het ziekenhuis blijven”. De pijn op de borst werd veroorzaakt door 3 gebroken ribben.
 
De garagehouder vertelt redelijk luchtig over hetgeen hem is overkomen. Ondanks de ernst van de situatie. Lamens vertoont pas sporen van emotie als hem gevraagd wordt welk beeld de redders op hem hebben gemaakt. Er valt een lange stilte, waarbij de watersporter zijn lippen tuit. “Warme kerels….”, zegt hij uiteindelijk. “Anders kan ik het niet zeggen. Nooit geweten dat dit werk door vrijwilligers wordt gedaan. Top. En laten we wel zijn: Als zij er niet waren geweest, was het nog spannend geworden…”

Help mee

Wat kan ik geven?