En dan drijf je ineens richting de blokken

"Ongelukken zijn vaak een opeenstapeling van (kleine) dingen. Zo ook in het geval van Leo Schol en Bernadette Kievits. “De weersverandering, mankementen aan ons nieuwe schip en een aantal verkeerde keuzes brachten ons in de problemen.
 
Pas toen Leo en Bernadette enkele jaren geleden trouwden en in Hoorn gingen wonen, kwam het woord ‘varen’ ter tafel. “Bernadette vertelde op een goede dag dat zij ‘altijd al een bootje had willen hebben’. Ik was verbaasd. Ik had namelijk hetzelfde gevoel, maar dat wisten we niet van elkaar”. In 2006 kocht het stel hun eerste boot. En recent een grotere. Tijdens de maidentrip met dát schip, ging het mis. Pal voor de sluis van Enkhuizen.
 
Leo: “Gedurende de dag trok de wind aan tot 6 Beaufort. Daar waren we niet op voorbereid. Tijdens de reis kwamen we er ook achter dat de rolfok niet werkte. We kregen het zeil niet naar beneden, waardoor we voor de sluis eindeloos rondjes begonnen te draaien. En de sfeer sloeg om. Door de oplopende spanning begonnen we op elkaar te foeteren”.
 
Leo voer op de motor tot bij de wachtsteiger, alwaar Bernadette aan land sprong. “De boot was alleen niet te houden. Het achterschip draaide weg; er was voor mij geen houden aan”, vertelt ze, enkele maanden na dato. Vanaf het achterschip gooide Leo een lijn op de steiger. Die lijn belandde in het water en draaide zich vast in de schroef. “En toen was het over”, zegt de schipper berustend.
 
Op de harde wind dreef het jacht in rap tempo af, recht op de bazaltblokken af. “Het gevoel niets meer te kunnen doen, is vreselijk. Ik kon wel janken!”, zegt Leo eerlijk. Al drijvend probeerde hij zijn vrouw te wijzen op een alarmknop op de steiger, maar door de harde wind kwam de boodschap niet over.
 
Dat was ook niet nodig, want Bernadette had telefonisch alarm gemaakt. “Ik was in paniek. Ik riep de centralist toe dat mijn man op de rotsen kapot zou slaan als er niet snel hulp zou komen...” Die hulp kwam er in de vorm van station Enkhuizen.
 
Leo: “Gelukkig strandde ik op de zandbodem, alvorens de blokken te raken. Daarmee was het ergste leed voorkomen. Niettemin was ik maar wát blij toen de reddingboot arriveerde. Er kwam direct een opstapper bij mij aan boord. Die stelde mij gerust en zei dat ik het verder aan hen kon overlaten. Een héél prettig gevoel”.
 
De redders trokken het jacht in dieper water en namen het langszij om vervolgens samen door de sluis te gaan. Maar niet voordat eerst Bernadette van de steiger was opgepikt. “Die mannen waren opmerkelijk zorgzaam”, stelt zij achteraf. “Ik zat er aardig doorheen en trok mij terug in de kajuit. Kwam één van die mannen even informeren of ik geschrokken was. En of het wel ging. Dat is toch aardig?”
 
Sowieso is het echtpaar lovend over de KNRM. Bernadette: “Van vroeger uit waren wij helemaal niet bekend met deze organisatie. Ik kende de naam, maar dacht dat het een overheidsclub was, net zoals de brandweer. Bleken het allemaal vrijwilligers te zijn. Indrukwekkend.
 
Maar het gaf ons ook een gevoel van gêne: Dat die mannen door onze fouten gealarmeerd moesten worden”. Leo knikt. “En dan is het bijzonder dat die mannen geen moment over ons falen zijn begonnen. Ze doen hun werk, geven blijk van zorg, maar lijken ons aandeel in het voorval totaal niet interessant te vinden. Waar maak je dat nog mee?”

Help mee

Wat kan ik geven?