Familie van den Brink

Image

De volledige onbaatzuchtigheid van de reddingbootbemanning

Als Wilhelmine van den Brink uit Rotterdam haar verhaal vertelt over de redding van haar gezin op 9 augustus, komt er een ietwat technisch relaas, waaruit blijkt dat zij de zaak, ondanks een vol gelopen zeiljacht, onder controle had. 
 
Totdat ze zichtbaar ‘breekt’.  “Ik denk dat ik nog steeds ontken dat wij gered zijn uit een voor ons uitzichtloze situatie”. En al snel daarna wisselt ze weer van onderwerp. “Wat de meeste indruk op mij gemaakt heeft, is de volledige onbaatzuchtigheid van de reddingbootbemanning…”
 
Als Wilhelmine, Jos en hun twee kinderen (8 en 7 jaar) met hun 5,5 meter lange zeiljacht in de smalle vaargeul voor Workum varen, meldt hun dochter zich. “Zij riep dat er water in de kajuit stond. Maar omdat het hard waaide en er veel buiswater over kwam, besteedden wij daar weinig aandacht aan.
 
Totdat zij niet veel later riep dat ‘het water echt naar binnen stroomde’. Vanachter het roer keek ik naar binnen en zag direct dat het goed mis was: het water klotste van de ene naar de andere kant”. Een ronddrijvend voorwerp had een gat in de romp geslagen. In no-time stond er 40 centimeter water in de kajuit. “Ik concentreerde mij op het varen, al was ons schip amper op koers te houden.
 
Jos begon water te scheppen en richtte zich intussen op de kinderen, waarvan met name onze dochter in paniek was. Wij vertelden dat er inderdaad iets loos was en dat er hulp zou komen. Die informatie deed haar zichtbaar goed, al hebben onze kinderen tot het moment van redding haast geen woord gezegd. Ze zaten tegen elkaar aan gekropen in de kuip, wachtend op wat komen ging”.
 
Jos belde tot twee keer toe 112, maar kreeg geen antwoord. Dus bleef hij de melding herhalen, in de hoop dat de ander hem wel verstond. “Die onzekerheid was slopend. We hadden een noodmelding uitgezonden, maar hadden geen idee of er ook daadwerkelijk iemand zou komen”. Uiteindelijk duurde het wachten een kwartier.
 
“In mijn ooghoeken zag ik de reddingboot aan komen stuiven en riep mijn gezin toe dat het goed zou komen. Een paar minuten later kwam de Alida langszij en haalden voor mij wildvreemde kerels mijn kinderen van boord…” Wilhelmine stopt met praten. De opluchting over de redding van haar kinderen, emotioneert zichtbaar. “Niet veel later staan ook Jos en ik op de reddingboot. Van ons bootje blijft uiteindelijk weinig over”.
 
In het bemanningsverblijf wordt het gezin opgevangen door de bemanning. “Op dat moment heb ik alles gewoon laten gebeuren. Maar achteraf realiseer ik mij pas hoe de bemanning zich over ons ontfermd heeft. Van één opstapper kwam een dochter langs. Dat bleek een uitkomst voor onze dochter.
 
Een ander nam onze kleding mee naar huis om het in de droger te stoppen. En nadat zij ons een tijdje hadden geobserveerd, werden we uitgenodigd bij één van de opstappers thuis. De soep was klaar…” Uren na de actie werd het gezin door een opstapper naar Stavoren gereden, om daar het wrak van hun schip te bekijken.
 
“Nadat een ander deel van de bemanning naar ons scheepje was teruggegaan om zoveel mogelijk persoonlijke spullen in veiligheid te brengen. Daarbij kregen die jongens trouwens de schrik van hun leven: uit de kajuit klonk ‘mama mama’. Het bleek de pop van mijn dochter te zijn…”
 
Wilhelmine is de redders van Hindeloopen dankbaar. “Ik denk niet dat ik iets terug kan doen, anders dan dat we natuurlijk donateur zijn geworden en dat ik hen wil laten merken hoe dankbaar wij zijn. Wat een bijzondere organisatie is de KNRM en wat een bijzondere mensen zijn dit…”

Help mee

Wat kan ik geven?