Daar komen ze!

Als gevolg van een ongelukkige val raakte Ann-Tine Thijssen uit Zaandam bij het eiland ‘t Hooft te water. Bijkans zonder lucht en verkrampt van pijn en kou verzoende de Zaandamse zich na een hevige strijd met haar einde.
 
Totdat ze ergens ‘in de verte’ iemand hoorde roepen: Daar komen ze! Die ‘ze’ waren de vrijwilligers van KNRM Huizen. “Als die niet bij het eerste alarm alles uit hun handen hadden laten vallen, was het voor mij afgelopen geweest…”
 
Enkele dagen na haar redding stuurde Ann-Tine de KNRM een emotionele mail, waarin ze de bemanning van de Nikolaas Wijsenbeek als ‘helden’ bestempelde. “Dat waren de emoties”, zegt ze weer enkele weken later. “In het begin heb ik sowieso geweldige huilbuien gehad. Dat is nu voorbij. Voor mij waren het helden. Niet vanwege hoge zeeën of het trotseren van noodweer, maar vanwege hun beschikbaarheid. Ze waren er voor mij! En dat ogenschijnlijk simpele feit wordt in onze maatschappij wel eens onderschat”.
 
Anne-Tine Thijssen -  HuizenZelf is Ann-Tine ook vrijwilliger. Bij de schouting. “We hadden de vletten klaargemaakt voor de thuisreis toen ik op het moederschip ten val kwam, naar beneden viel, met mijn borst op de punt van een vlet terecht kwam en wegzakte in het water”. Als door een wonder werd ze door een collega-groepsleider tijdig bij de hand gegrepen en naar boven getrokken. Twee collega’s sprongen bij haar en zo hielden ze Ann-Tine boven water. “Ik wist dat ik niet meer zou verdrinken, maar de pijn op de borst was ondraaglijk en ik kreeg het al snel vreselijk koud”. Over pijn en kou kon de Zaandamse echter niets melden; het tekort aan zuurstof maakte haar het praten onmogelijk.
 
“Het waren vreselijke momenten; ik was geweldig bang om dood te gaan”. Die emotie maakte in een later stadium plaats voor acceptatie. “Tot die roep. Er kwam hulp aan. Ik ben opgegroeid met de KNRM, ben zelf fanatiek watersporter en al jaren Redder aan de wal. Toch wist ik niet dat de KNRM ook in die regio actief was”. Had ze dat wel geweten, dan nog was het maar de vraag geweest of het tot haar was doorgedrongen. “Mijn bewustzijn was sterk verminderd. Er schijnt een opstapper van de reddingboot naast mij gesprongen te zijn. Weet ik niets meer van. Het aan boord nemen kan ik me wél herinneren, vanwege de extreme pijn. En daarna valt er weer een gat. De eerste woorden die weer tot me doordrongen, waren al in de ambulance. De verpleegkundige stelde mij gerust en vroeg of de verwarming in de ziekenwagen hoger kon”. Ann-Tine had op dat moment een lichaamstemperatuur van 33 graden.
 
In het ziekenhuis kwam Ann-Tine langzaam weer op temperatuur. Het verdere herstel kostte meer tijd. Weken na de val liep Thijssen nog steeds verkrampt en kampte ze nog steeds met pijn. “Ik kan nog lang niet alles en dat is soms frustrerend, maar afgezet tegen hoe het ook had kunnen aflopen, stelt het niets voor”. Terugkijkend op het incident valt Ann-Tine nog steeds van de ene verbazing in de andere. “En weet je wat ik van dat alles het meest indrukwekkend vond? Dat de reddingbootbemanning na mij bij de ambulance te hebben afgeleverd, terug is gegaan naar ons moederschip om na te vragen hoe het met mijn twee collega’s ging, die óók een tijd in het koude water hadden gelegen. Níemand had hen dat opgedragen, het kwam uit henzelf. Díe welgemeende nazorg vind ik geweldig bijzonder. Blijkbaar is het voor die mannen niet alleen ‘werk’, maar zijn ze ook emotioneel betrokken. Uniek!”

Help mee

Wat kan ik geven?