Corry van der Haven-Eikelenboom

Blijkbaar was ik helemaal de weg kwijt

“Het gaat wel weer…”, zegt Jacoline Zilverentant uit Bilthoven, terwijl ze met een van pijn vertrokken gezicht aan de eettafel gaat zitten. Drie weken eerder was de zeekanoër door Terschellinger redders zwaar onderkoeld uit haar kano geplukt.
 
“Ik weet er weinig meer van. Weet alleen nog dat één van die kerels al die tijd mijn hand vasthield”.
 
Jacoline maakte deel uit van een 16-koppige groep kanoërs die op zaterdag 15 september de oversteek wilde maken van Harlingen naar Vlieland, om op dat eiland aan een kanoweek deel te nemen. “Ik zag best een beetje op tegen die overtocht. Niet conditioneel, maar het idee dat je zo ver uit de kant raakt, hield mij bezig”. Al dan niet vanwege die spanning at ze voor aanvang van de tocht te weinig. “En tijdens het kanoën heb je eigenlijk geen gelegenheid om te eten”. Het tekort aan eten veroorzaakte een gevoel van zeeziekte en daarmee was de vicieuze cirkel een feit. “Omdat ik me niet lekker voelde, at en dronk ik niet meer”.
 
Twee uur na de start laste de groep een rustpauze in. “Voor mij te laat”, concludeert Jacoline achteraf. “Ik kreeg het steeds kouder en mijn blikveld begon zich te vernauwen”. De groepsleider ondernam actie door Jacoline eerst op kop van de groep te zetten en toen dat ook niet hielp haar juist op sleep te nemen. “Dat laatste leek een uitkomst, maar omdat ik geen inspanning meer leverde, koelde ik nóg sneller af”. En op dat moment eindigen haar herinneringen en moet ze het verder hebben van verhalen van anderen. “Eén van mijn maatjes kwam naast mij varen om te informeren hoe het ging en het leek wel of ik op die gelegenheid had gewacht. Ineens kreeg ik de kans in te storten. Ik viel om, bovenop zijn kano. En zo ben ik al die tijd blijven liggen, hevig rillend…” 
 
 
De groep sloeg alarm en bij toeval bleek de reddingboot Arie Visser juist onderweg van Harlingen naar Terschelling. “Mijn kano lag ingeklemd tussen twee andere toen de reddingboot arriveerde. Naar het schijnt heb ik nog mijn verbazing uitgesproken over de komst van een reddingboot. Blijkbaar was ik helemaal de weg kwijt. Wél weet ik nog dat ik uit mijn kano werd getrokken”. Eenmaal aan boord van de reddingboot Arie Visser werd Jacoline in een onderkoelingsbrancard ingepakt en werd koers gezet richting Vlieland. “Eén van mijn collegaatjes ging mee. Volgens haar ging de reis ‘als een speer’”. Het enige dat zij zelf nog weet, is dat haar hand al die tijd werd vastgehouden.
 
Op Vlieland ging de Bilhovense over in een ambulance die haar naar het bejaardentehuis bracht. Daar werd zij met kleren en al onder een douche gezet en kwam ze langzaam weer op verhaal. “Toch bleef ik een soort zombie, óók toen ik uit dat tehuis werd ontslagen en naar onze camping liep”.
 
“Gedurende de kanoweek hebben we het voorval uitvoerig geëvalueerd. Ik heb ook gewoon gevaren die week. En dat ging goed, met uitzondering van één grote paniekaanval in de branding. Ik had in mijn leven nog nooit zo hard geschreeuwd…” Pas toen ze een week na het incident thuiskwam en in haar email een foto onder ogen kreeg waarop zij duidelijk herkenbaar te zien was, knakte de sterke sportvrouw. “Ik werd enorm emotioneel en kreeg ’s nachts nachtmerries. Het werd zelfs zó erg dat ik hulp inschakelde. En nu loop ik zowel bij een psycholoog als bij een fysiotherapeut. Ik moet leren inzien dat dit verhaal over mij gaat. Dat kost moeite, maar het gaat steeds beter. Ik slaap in elk geval weer rustig”.
 
De mannen van de Arie Visser stuurde ze een bedankmail. “Tuurlijk doen die mannen hun werk, maar dat ze zo goed voor me gezorgd hebben, waardeer ik zeer. Ik vond dat ik hen dat moest vertellen. En daarnaast word ik natuurlijk donateur. Dat is wel het minste”.

Help mee

Wat kan ik geven?