HOME

Die ogen zal ik mijn leven lang niet vergeten

Jordy Conté

Jordy Conté

Soms vallen er zóveel puzzelstukjes tegelijk op zijn plaats dat het zelfs voor een nuchtere Zeeuw moeilijk is te blijven volhouden dat dingen ‘zomaar’ gebeuren.

Korte documentaire over de reddingactie bij Westkapelle

“Ik weet het niet”, zegt Jordy Conté schouderophalend. “Dan moet je gaan filosoferen. En filosoferen en de KNRM is geen combinatie…”

En dus laat hij het erbij, de 34-jarige opstapper. Of beter gezegd: voormalig opstapper, want Conté vaart als gevolg van een medische ingreep niet langer mee op de reddingboot Uly. “Sterker nog: enkele maanden vóór de bewuste dag had ik bij de ploeg aangegeven dat het varen voor mij niet langer ging. Mijn evenwichtsorgaan was aangetast en daardoor werd ik zelfs bij het vlakste zeetje al zeeziek. Ik voelde me daardoor aan boord niet langer comfortabel en twijfelde aan mijn meerwaarde; voor mij reden om er – met pijn in het hart – mee te stoppen”. Jordy bleef echter aan het reddingstation verbonden, als helper aan de wal.

En toen ging de pieper
“Tot die dag…”, verzucht hij. “Ik was op het strand, toen om 13.15 uur de pieper ging. Binnen twee minuten was ik in het boothuis. Ik maakte de boot klaar voor vertrek en wilde net van boord springen, toen de bemanning mij met klem vroeg te blijven. Er was volgens de Kustwacht sprake van ‘een boot met gehandicapten en een epileptische aanval’. Vanwege mij medische kennis wilden mijn maten dat ik bleef. Ik heb niet nagedacht en geroepen dat ze gas moesten geven!”

Eenmaal aan boord van het jacht zag Jordy al snel dat er meer aan de hand was dan epilepsie. Een man van rond de zestig lag aan dek. Hij en zijn vrouw hadden beiden een lichamelijke handicap. “De man reageerde nergens meer op. Niet op praten, niet op pijnprikkels. Het enige waren zijn ogen. Die ogen … ik zal ze mijn leven niet meer vergeten. Die ogen schreeuwden ‘help me, help me’. We bestelden een helikopter voor transport naar het ziekenhuis en zoals te verwachten viel, begon ik mij niet goed te voelen. Ik zei tegen de jongens dat ik van boord wilde, maar zij lieten mij in klare taal weten dat ik niet van boord ging en moest véchten. De jongens hadden gelijk en bij mij ging er toen een knop om. Ik ben over de man heen gebogen en ben vanaf dat moment onophoudelijk met hem bezig geweest”. 

Nadat de man, waarbij Jordy diagnose hersenbloeding vermoedde, in de helikopter lag, sprak Jordy de vrouw aan. De vrouw wilde aan boord blijven. “Ik zei haar dat ze beter mee kon gaan, omdat ik anders niet kon garanderen dat ze haar man ooit nog levend terug zou zien. Pas tóen drong ook bij haar de ernst van de situatie door en ging ze in allerijl mee in de heli”.

In de weken die volgden hoorde Jordy niets van de afloop. “Natuurlijk schiet het met regelmaat door je hoofd, maar ik wilde het ziekenhuis niet bellen. Wij hadden ons werk gedaan. Daarna moet je het overgeven”. En dus bleef het stil.

‘Hier doen we het voor! Hier doen we het voor!”
 Totdat Jordy koffie schenken was tijdens de voorbije Reddingbootdag, 9 maanden na de bewuste dag. “Ik hoorde een vrouwenstem die twee koffie bestelde en aansluitend zei: ‘Kijk Chris, dit is ‘em…’ Ik keek op en leek als door de bliksem getroffen, want pal voor mij stonden ‘de ogen’”.

Jordy riep zijn maten en nam de mensen mee naar het bemanningsverblijf, weg uit de drukte van Reddingbootdag. “We hebben lang gepraat, wat voor ons beiden heel emotioneel was. De mensen waren ons dankbaar en ik heb steeds maar één ding tegen de jongens geroepen: ‘Hier doen we het voor! Hier doen we het voor!”

 Jordy zelf vindt het ook nog steeds een wonderlijk verhaal. De voormalige opstapper die niet mee zou, tóch mee ging, uiteindelijk de sleutelrol vervulde (zijn diagnose hersenbloeding bleek achteraf juist) en een klein jaar na dato de bevestiging kreeg van zijn goede werk. “Ach, het onverwachte. Dat is reddingwerk op z’n mooist!”

DEEL DIT BERICHT