HOME

Ik had direct het gevoel dat mijn arm eraf was

Annemarie Stomphorst en Bas Colombijn

Annemarie Stomphorst en Bas Colombijn
Bas Colombijn en Annemarie Stomphorst varen áltijd samen. Dus toen Annemarie op 14 juni 2010 als gevolg van een ongeval aan boord wegviel, raakte Bas het spoor voor even bijster.
 

“Gelukkig waren de vrijwilligers van de reddingboot Paul Johannes ‘super relaxt”.

 
Na vier uur steken tegen de wind in, verkoos Bas de zeilen te strijken en de motor bij te zetten, zodat hij even kon bijkomen. Hij legde zijn scheepje voor de kust van Noordwijk aan Zee met de kop in de anderhalf meter hoge golven. Hierdoor maakte het scheepje rake klappen en kwam er veel buiswater over. De roep om zijn jas was het begin van hectische en – volgens eigen zeggen- shockerende momenten.
 
“Ik bukte om in de kajuit Bas’ jas te pakken toen plotseling de boot werd opgetild door een hoge zee. Ik werd gelanceerd en sloeg met mijn arm tegen een kastje. Ik dacht dat ik er dwars doorheen vloog en had direct het gevoel dat mijn arm eraf was”, vertelt Annemarie, tweeënhalve maand na dato. “Dat laatste bleek gelukkig mee te vallen. Ik had mijn arm nog, maar wist heel zeker dat het niet goed zat”.
 
Bas hoorde de klap vanuit de kuip en ging direct kijken. “Annemarie lag op de grond. Héél ongelukkig. Ik heb haar benen onder haar vandaan getrokken en kussens in haar rug gelegd. Ook wilde ik een mitella aanbrengen, maar dat mislukte telkens. Het schip ging tekeer en ik was onrustig. Gewoon omdat ik de situatie niet langer onder controle had. Mijn zeilmaatje was uitgevallen en ik wist niet hoe het zou aflopen. Annemarie riep me toe dat ik de hulpdiensten moest roepen”.
De RMD-arts stelde Bas een aantal vragen, om zodoende de situatie te kunnen beoordelen. “Dat deed de man geweldig. En toch werd ik er kriegelig van. Ik wilde geen vragen beantwoorden; er moest áctie komen. Annemarie moest zo snel mogelijk van boord en naar een ziekenhuis”.
 
Enkele minuten later zag Bas op het strand van Noordwijk de bootwagen komen aanrijden. “Ik lag twee mijl uit en kon alles zien. Het was héél vreemd om te bedenken dat die actie op het strand voor ons bedoeld was”. Volgens Annemarie was de reddingboot er snel. “In no-time stonden er twee mannen in de kajuit. Twee grote kerels. Álles was groot. Grote laarzen, grote vesten, alles. En toch was het geen moment intimiderend. Gewoon omdat ze zo geweldig waren. Zó rustig. En tegelijkertijd zó doortastend”.
Bas knikt. “Door hun aanwezigheid keerde ook bij mij de rust weer terug. Te meer daar zij álles deden, maar mij het gevoel bleven geven dat ik de schipper was. Ik kan het niet precies verwoorden, maar hun doen en laten was een verademing”.
 
Na de nodige voorbereidingen werd Annamarie van boord gehaald en met de reddingboot naar de kust gevaren, waar een ambulance stond te wachten. Die bracht Annemarie naar het ziekenhuis, waar meerdere breuken in de arm werden geconstateerd. Bas kreeg gezelschap van een opstapper bij zijn terugtocht naar Scheveningen. “En eenmaal in Scheveningen werden we door één van de Noordwijkse redders met de auto opgepikt en naar het Leidse ziekenhuis gereden. Ik bedoel maar: waar maak je dat nog mee?”
 
Toen de ergste schrik voorbij was, stuurde het stel een bedankbrief naar de KNRM. “Vinden wij niet meer dan logisch. Je wilt die mannen – hoe eenvoudig misschien – toch bedanken. Iets waar in de hectiek van de dag geen tijd voor was”. Het stel schrikt als ze horen dat het sturen van dergelijke brieven een uitzondering aan het worden is. “Is dat zo? Absurt! Deze mannen verdienen beter. Wij zullen nog vaak aan ze denken”.
DEEL DIT BERICHT