Historie van KNRM reddingstation Marken

Het zuidelijke gedeelte van de voormalige Zuiderzee was in noodgevallen het werkgebied van de reddingstations Urk en Enkhuizen, maar de aanleg van de dijk tussen Enkhuizen en Lelystad sneed het IJsselmeer als het ware in tweeën en maakt het zuidelijke gedeelte voor deze stations slechter bereikbaar. De watersport bleef groeien, maar het werkgebied van de Redding Maatschappij beperkte zich grotendeels tot boven de dijk.

Wanneer een schip op het Markermeer in problemen kwam, kon er slechts beroep worden gedaan op professionele hulp. Vaak schoten de watersporters daarom elkaar te hulp. De zware storm op Hemelvaartsdag 1983, waarbij op het IJsselmeer tien slachtoffers te betreuren waren, was voor de Watersportvereniging Marken aanleiding om in actie te komen.

Met de hulp van het gemeentebestuur nam men het initiatief tot oprichting van een eigen reddingsdienst, de Stichting Marker Reddingboot. De KNZHRM zorgde voor de nodige ondersteuning door advisering bij de keuze van de boot en het verzorgen van de training en selectie van de bemanningsleden. In het voorjaar van 1987 werd de snelle reddingboot De Kuil aangeschaft. Het reddingstation ging op Hemelvaartdag 1987 officieel van start. Nog datzelfde jaar voer De Kuil zevenendertig keer uit voor hulpverlening aan jachten en binnenvaartschepen. Het bewijs dat een reddingboot op Marken in een grote behoefte voorzag. Een jaar na de indienststelling verrees op de haven een fraai boothuis in Marker bouwstijl.

Om de continuïteit te waarborgen en de diensten verder uit te breiden werd in 1989 aan het bestuur van de Redding Maatschappij het verzoek gericht de reddingdienst in haar organisatie op te nemen. Per 1 januari 1990 is Marken een officieel reddingstation van de KNZHRM. Een jaar later fuseerden de KNZHRM en de KZHMRS tot de KNRM. In het eerste jaar onder de KNRM-vlag kwam de reddingboot meer dan zestig keer in actie, met name voor de recreatievaart. De laatste jaren is dit aantal gegroeid tot tussen de tachtig en honderd acties per jaar. Eén van de voordelen van de inlijving bij de Redding Maatschappij was de mogelijkheid om op Marken een grotere reddingboot te stationeren. De SMR miste daarvoor de financiële middelen. Het reddingwerk vanuit Marken werd aanvankelijk uitgevoerd met enkel de rigid inflatable De Kuil. Bij de overname van de reddingsdienst door de Redding Maatschappij werd in 1990 de reserve-reddingvlet Cornelius Zwaan, type waddenvlet, als tweede boot op Marken gestationeerd. Het reddingstation beschikte daarmee over twee reddingboten, die elkaar prima aanvulden.

De snelheid van De Kuil en de trekkracht van de Cornelius Zwaan maakten dat vanuit Marken alle soorten hulpverlening konden worden geboden. In 1992 kreeg Marken een eigen vlet. De Nine Anna, afkomstig van Schiermonnikoog, verving in dat jaar de Cornelius Zwaan. In het najaar van 1996 kreeg Marken de beschikking over een grotere vlet, die specifiek voor het reddingwerk op het IJsselmeer werd ontwikkeld. Deze vlet, de Tjerck Hiddes (254 pk, 9 mijl/uur), karakteriseerde zich door zijn comfort, betrouwbaarheid en robuustheid; zelfs bij ijsgang kon hij worden ingezet. De Nine Anna verhuisde naar Curaçao. In 1997 werd het materiaal opnieuw uitgebreid en kreeg Marken de beschikking over de Frans Verkade, een rigid inflatable, die met twee motoren van elk 430 pk en een waterjetaandrijving niet alleen snel (34 mijl/uur) is, maar ook sterk genoeg is om gestrande schepen vlot te trekken en voldoende gereddencapaciteit (50 personen) heeft om grote groepen te evacueren. Per februari 1998 is de Frans Verkade in dienst. De Tjerck Hiddes verdween daarmee naar de reservevloot, maar bleef op Marken gestationeerd.

Met de uitbreiding van het bestaande boothuis in 1999 kan worden gesteld dat het reddingstation Marken "af" is. Snelle, zeewaardige reddingboten, een goed onderkomen en een grote groep enthousiaste, goed getrainde vrijwilligers zijn immers de ingrediënten voor een succesvol reddingstation. Marken is geen reddingstation dat kan bogen op een roemrijke historie, daarvoor bestaat het te kort, maar is wel een voorbeeld van hoe door initiatieven, samenwerking en enthousiasme, in korte tijd een modern reddingstation kan worden opgebouwd.