HOME

Historie reddingstation Den Helder

Een gevaarlijk gedeelte van de Nederlandse kust is van oudsher het werkgebied van de Helderse redders. De Haaksgronden stelden mannen als Dorus Rijkers en Piet Bot in staat veel heldhaftige reddingen te verrichten. Aan de andere kant eisten de gevaarlijke gronden, waarop metershoge grondzeeën verwoestend kunnen uithalen, ook hun tol. In 176 jaar vonden tien Helderse redders tijdens reddingsacties hun graf in de golven. Het zijn de beide kanten van wat volgens oud-schipper Piet Bot het mooiste vak ter wereld’ is.

Het is niet verwonderlijk dat de ontstaansgeschiedenis van het georganiseerde redding-wezen in Nederland haar oorsprong vindt voor de kust van Huisduinen, gelegen nabij Den Helder. De Haaksgronden zijn een waar scheepskerkhof. Het was 14 oktober 1824 toen het fregat-schip De Vreede ter hoogte van Huisduinen verging. Bij de reddingspogingen om de opvarenden te redden kwamen zes Huisduiners om het leven. Deze ramp was de directe aanleiding tot het oprichten van twee reddingmaatschappijen. De Noord Zuid Hollandse redding Maatschappij (NZHRM) later de Koninklijke Noord Zuid Hollandse Redding Maatschappij(KNZHRM) en de Zuid Hollandse Maatschappij tot het Redden van Schipbreukelingen (ZHMRS) later de KZHMRS).
In 1991 fuseerden deze tot de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij (KNRM).

In 1825 kreeg de bevolking van Huisduinen de beschikking over een roeireddingboot, waarmee op 20 oktober van dat zelfde jaar de eerste redding werd verricht. Van het gestrande schip Willem den Eersten werden zestien van de tweeënzestig opvarenden gered, de overigen verdronken. In de jaren die volgden bleef het rustig. Niet omdat er geen ongelukken gebeurden -er strandden regelmatig schepen op de gronden-, maar het was voor de Huisduiners in de meeste gevallen onmogelijk een reddingspoging te ondernemen, omdat de afstand voor de roeiers te groot was. Pas in 1829 volgde de tweede geslaagde redding.

Toch bleef het station niet onopgemerkt. Kapitein J. Schippers, die in 1844 op verzoek van de Redding Maatschappij een inspectiereis maakte langs de Nederlandse kust, stelde in zijn rapport dat de redders uit Huisduinen het best geoefend waren van alle kustbewoners.
Niettemin moesten ook deze mannen van tijd tot tijd hun meerdere erkennen in de woest geworden branding. Op 18 december 1877 strandde het Deense stoomschip Nord Lyset tijdens een zware noordwesterstorm op de noordpunt van de Noorderhaaks. Met veel inspanning lukte het de roeiers langszij te komen. Voor een tweede reddingspoging zou geen tijd meer zijn, dus de gehele bemanning -23 koppen tellend- moest in één keer aan boord worden genomen. Het rapport vermeldt de afloop: “Men had slechts te kiezen tussen verdrinken of zich allen tegelijk in de reddingboot te wagen. En de waarlijk edele bemanning van de reddingboot maakte geen bezwaar allen op te nemen en daardoor, anderen willende redden, eigen leven in hoge mate in de waagschaal te stellen. Bij het roeien naar de benedenwinds gestoomde sleepboot werd de boot meegesleurd door een hoge breker en sloeg om”. Zeven Denen, reddingbootschipper D. Stein en roeier D. Bethlehem verdronken. Deze tocht was de eerste onder leiding van schipper Stein.

Drukker werd het toen in 1866 een zelfrichtende roei- en zeilreddingboot in dienst werd gesteld, waarvan de befaamde Dorus Rijkers in 1886 schipper werd. Zijn reputatie als moedig en uiterst bekwaam schipper vestigde Rijkers tijdens vier zeldzaam zware en gevaarlijke tochten naar de Duitse bark Renown op 9, 10 en 11 december 1887. Deze tochten, waarbij drieëntwintig opvarenden werden gered, werden door de Redding Maatschappij met de grote gouden draagmedaille beloond. In 1911 nam Dorus Rijkers afscheid, omdat het reddingwerk hem te zwaar werd. In vijfentwintig dienstjaren maakte Opa Dorus’ tientallen tochten, waarbij ongeveer vijfhonderd zeelieden werden gered.

De laatste grote redding met de zelfrichtende roeireddingboot werd verricht door schipper Coenraad Bot. De twee opvarenden van de Engelse kits Alford, die tijdens een westerstorm, windkracht 9-10 Bf, op de noordpunt van de Zuiderhaaks was gestrand, werden door Bot en zijn bemanning gered. Niet veel later werd Coenraad Bot aangesteld als schipper van de reddingboot Dorus Rijkers, een motorreddingboot die naar de oude, befaamde roeiredding-bootschipper werd genoemd. Met deze Dorus Rijkers werden tot 1952 honderden schipbreukelingen gered. Vooral tijdens de oorlogsjaren maakte de reddingboot veel en uiterst gevaarlijke tochten. Vlak na de oorlog werd Coenraad Bot als schipper opgevolgd door zijn zoon Piet. Piet Bot was achtereenvolgens schipper op de reddingboten Dorus Rijkers, de Prins Hendrik en de Suzanna. In 1967 ontving Piet Bot de grote gouden draagmedaille van de Redding Maatschappij voor de redding van de Margariti-bemanning.

De Redding Maatschappij besloot al in 1938 een tweede boot in Den Helder te stationeren: een all-weater motorreddingboot voor op de Noordzee en een speciaal voor ondiep water ontwikkelde vlet, de C.K. Baas, voor op de Waddenzee. Met de Christiaen Huygens, ook een vlet, verongelukten in 1975 opnieuw twee redders. De Suzanna had de vlet op sleep richting een jacht in moeilijkheden. Het weer was redelijk, windkracht 4-5, maar de aanschietende zee maakte het varen op de gronden verraderlijk. Vanwege het ondiepe water besloten drie redders met de vlet naar het jacht te varen. Slechts één van hen kon navertellen wat er misging: de vlet was door een uitzonderlijk hoge breker gaan snijden en door een volgende breker omgeslagen. Stuurman J. Post en opstapper C. van der Oord verdronken.

De Suzanna was de laatste conventionele motorreddingboot die in Den Helder gestationeerd is geweest. De boot maakte in 1997 plaats voor opnieuw een Dorus Rijkers; een snelle Rigid Inflatable-reddingboot met een maximum snelheid van 34 knopen. Schippers op de Dorus Rijkers zijn Coen Bot en Pim de Kluijver. De eerste is de zoon van Piet, de kleinzoon van Coenraad Bot. Voor de huidige bemanning heeft de pleziervaart voor veel extra werk ge-zorgd, maar ook de beroepsvaart doet nog regelmatig een beroep op de Helderse redders. Want de Redding Maatschappij mag zich door de jaren heen dan steeds hebben aangepast aan de laatste technische ontwikkelingen, de Haaksgronden zijn altijd zichzelf gebleven: een prachtig natuurgebied bij zomerdag, maar veranderend in een monster zodra de weersom-standigheden slechter worden. Het KNRM-reddingstation Den Helder is daarop voorbereid. De Dorus Rijkers kan onder elk denkbaar weertype uitvaren, en Den Helder heeft altijd kunnen beschikken over voldoende moedige en kundige mannen m zijn reddingboot te bemannen. De bemanning bestaat, naast de beide schippers, uit 14 vrijwilligers.

DEEL DIT BERICHT
 
 
 

Lees meer:

KNRM reddingstation Den Helder

Boothuis A.J. v.d. Boon

KNRM reddingstation Den Helder

Bemanning Den Helder

KNRM reddingstation Den Helder

Plaatselijke commissie Den Helder