Boothuis van KNRM reddingstation Harlingen

Het reddingstation van de KNRM op de kop van de haven in Harlingen is een karakteristieke verschijning met de aan de kraan hangende reddingboot. Het verblijf kijkt uit over het gewilde en gevarieerde vaargebied van de westelijke Waddenzee. Naast pleziervaart, sportvisserij, chartervaart, partyschepen en visserijschepen varen er ook een aantal veerboten. Hulpverlening aan bovengenoemde groepen gebeurt met de reddingboten Veronica en Wiecher en Jap Visser-Politiek. Het reddingstation Harlingen bestaat uit 25 vrijwilligers. In 2010 werd er 49 keer uitgevaren

Op 13 oktober 2007 wordt de aanbouw Wardy van het KNRM-reddingstation Harlingen officieel geopend door de heer De Vries. Het boothuis kon worden gerealiseerd dankzij de nalatenschap van de heer en mevrouw Van der Weide- Lubberts en vele kleine en grote giften van particulieren en bedrijven uit Harlingen en omstreken.
In april 2007 werd de nieuwe reddingboot ‘Veronica’ van KNRM reddingstation Harlingen gedoopt. Om de nieuwe reddingboot een goed onderkomen te bieden moest het huidige boothuis Rafäel Belinfante uitgebouwd worden. Dankzij de nalatenschap van de heer en mevrouw Van der Weide-Lubberts en vele kleine en grote giften van particulieren en bedrijven uit Harlingen en omstreken, kon de uitbreiding gerealiseerd worden. De vrijwillige bemanning van het reddingstation Harlingen heeft de handen uit de mouwen gestoken om het boothuis af te timmeren en in te richten, waardoor veel extra kosten werden bespaard.

De executair testamentair de heer G.A. de Vries verricht de openingshandeling. Hij kende het echtpaar ruim 40 jaar: “Het echtpaar Van der Weide- Lubberts uit Leeuwarden had één grote liefde en dat was de watersport. Als fanatieke zeilers voer het echtpaar op verschillende zeilschepen die allemaal de naam Wardy droegen. Wardy, eigenlijk Wâr Dy, is de Friese vertaling voor 'weer je'. Ze hadden door hun watersportachtergrond veel waardering voor en affiniteit met de KNRM. Mede daarom hadden ze in hun testament de wens geuit dat hun nalatenschap aan een noordelijk gelegen reddingstation van de KNRM moest worden besteed. Wardy werd de logische naam voor de aanbouw.”