Historie van KNRM reddingstation Enkhuizen

Toen in 1824 de reddingsmaatschappij werd opgericht achte het bestuur het vaargebied rond Enkhuizen niet gevaarlijk genoeg en stationeerde er dan ook geen reddingboot. Tot 1868, naar aanleiding van een reddingactie voor de kust van Enkhuizen besluit de reddingmaatschappij ook hier een reddingboot te stationeren. De oude roeireddingboot van Callantsoog werd beschikbaar gesteld en onder beheer van het stedelijk bestuur van Enkhuizen geplaatst. Formeel mocht de reddingmaatschappij er namelijk geen reddingstation oprichten. De reddingboot bleef er negen jaar tot zij onbruikbaar geworden was. Er waren drie tochten mee gemaakt.

In 1877 was de reddingboot aan vervanging toe en liet de burgemeester van Enkhuizen weten dat er in zijn plaats geen reddingboot meer nodig was. Het bestuur van de Redding Maatschappij naam de woorden van de burgemeester ter harte en plaatste geen nieuwe boot in Enkhuizen.

Pas in 1944 werd het reddingstation in ere hersteld. En het bleek nodig: Op 20 mei werd de motorstrandreddingboot President Steyn officieel in dienst gesteld, nadat de plaatselijke commissie en de bemanning geïnstalleerd waren. Twee dagen later moest de boot al in actie komen. in dat zelfde jaar verrichtte de President Steyn zeven acties. Hij was toen op last van de Duitse bezetters om gedoopt tot reddingboot Enkhuizen.

De herintrede van reddingstation Enkhuizen gebeurde op verzoek van een aantal plaatselijke notabelen. Zij richtten een verzoek tot het bestuur van de Noord en Zuid Hollandsche Redding Maatschappij, nadat zij contact hadden gehad met de Vereniging tot aanmoediging der redding van schipbreukelingen’. Deze vereniging hield een lijst bij van rampen, strandingen en hulpverleningen, waaruit bleek dat er in de omgeving van Enkhuizen wel degelijk vraag was naar een reddingboot.

De 'promotor' om in Enkhuizen een reddingboot te stationeren was ongetwijfeld de oud koopvaardijofficier Ltz. KMR J. Aarents, directeur van een bank te Enkhuizen. Doordat vanwege de oorlog verschillende reddingstations tijdelijk waren opgeheven, werden diverse strandreddingboten veilig in Enkhuizen opgeslagen zodat deze niet in handen van de Duitse bezetters konden vallen. Hier mee werden door een aantal Enkhuizers zo nu en dan reddingen verricht, zo zag ook het N.Z.H.R.M.- bestuur de noodzaak in van een reddingboot in Enkhuizen en stationeerde vrijwel direct een tijdelijke boot in de haven: de President Steyn. Al spoedig bleek hoe zeer een motorreddingboot hier een onmisbare taak kon vervullen. Later dat jaar werd de boot vervangen door de Albatros, gevold door de Prins Bernhard, en als laatste de C.A.A. Dudok de Wit. Deze bleef in dienst tot 1948.

De laatste oorlogsjaren waren druk: naast de normale reddingen voeren de Enkhuizer redders ook naar de Wieringermeer toen deze door de Duitsers in april 1944 onder water werd gezet. De boot van Enkhuizen heeft daar uitstekend werk verricht door een groot aantal bewoners te evacueren.

De Enkhuizers zijn van oudsher bekwame vissers en aan een goede enthousiaste bemanning heeft het tot nu toe niet ontbroken. Bouke Jeltes was de eerste schipper. Opgevolgd door de enthousiaste Smith, die het vaak over z'n 'prachtige zomer' had (d.w.z. veel jachtjes gered). De lange Lub, die maandenlang met hernia op een planken bed moest liggen en voor wie tenslotte toch gedaan werd gekregen, dat hij een uitkering van de Zeeongevallenwet ontving, omdat aangetoond kon worden,dat z'n hernia was ontstaan tijdens een reddingspoging.

In het voorjaar van 1948 kreeg station Enkhuizen de beschikking over een eigen reddingboot: de K.F. Sluis. Een geschenk van mejuffrouw M. A. Sluys, genoemd naar haar overleden vader, admiraal K.F. Sluys. Het nieuwe reddingboot type werd speciaal ontworpen voor reddingwerk op het IJsselmeer en de ondiepten van het Enkhuizerzand. Op 14 augustus kwam de Karel Frederik Sluis voor het eerst in actie. De reddingboot kreeg als ligplaats de oude haven aan de Dijk.

In 1961 word aan de Oude haven een kleine bergplaats gebouwd. Bij de ligplaats aan de Dijk verreist een kleine stenen bergplaats voor de opslag van reddingsmiddelen.

In 1971 werd de K.F. Sluis vervangen door de IJsselmeervlet Spaanderbank. Dit type reddingboot werd ook speciaal ontwikkeld voor het IJsselmeer, vanwege de ondieptes die zich in dit vaargebied voordoen. De Spaanderbank is in dienst gekomen bij de K.N.Z.H.R.M. op 13 November 1969, en werd voor een beproevingsperiode gestationeerd in Enkhuizen. Zij kreeg een ligplaats in de toen nieuw aangelegde compagnies jachthaven.

Op 13 April 1970 werd de Spaanderbank gestationeerd te lemmer voor dezelfde beproevingsperiode, waar het schip tijdens een actie op 8 juli ter hoogte van Laaxum het in moeilijkheden verkerende zeiljacht Minorca in veiligheid bracht. Van de beide opvarende, een echtpaar, sprong de vrouw over op de Spaanderbank. Zij werd hiermee de 10.000ste geredde van de K.N.Z.H.R.M. sinds haar oprichting op 11 November 1824.

Na Lemmer is de Spaanderbank nog op Urk, Hindeloopen en Harlingen voor de beproevingsperiode geweest. Naar schatting heeft de Spaanderbank sinds haar in dienst stelling minstens 1000 acties volbracht. Bekend is dat er vanaf Januari 1990 tijdens 423 acties, 422 personen en 6 dieren veilig aan wal zijn gebracht.

Omdat de watersport steeds meer toenam werden de acties ook talrijker. De K.N.Z.H.R.M. was reeds begonnen met het experimenteren met snelle rigid inflatable boat’s (RIB). In 1985 kreeg Enkhuizen de beschikking over de reddingboot Richel van het merk Avon Searider en had een lengte van 5,43 meter. Dit was de eerste snelle reddingboot op het IJsselmeer. Met de komst van de snelle boot werden de acties aanzienlijk korter in tijdsduur, vaak had de Richel de klus al geklaard nog voordat de Spaanderbank ter plaatse was. Naar voorbeeld van Enkhuizen kregen ook de overige stations op het IJsselmeer de beschikking over een snelle boot.

Met de komst van de snelle Richel deed ook het overlevingspak zijn intreden. Deze werden opgehangen in het vooronder van de Spaanderbank maar het verlangen naar een eigen bemanningsverblijf werd steeds groter. Op 16 december 1994 werd de bemanning onaangenaam verrast door een inbraak op de Spaanderbank, o.a werd de GPS, Portofoon, Verrekijkers, en zaklantaarns gestolen.

In 1997 werd de Spaanderbank vervangen door de Watersport KNWV. Deze reddingboot van het type Valentijn was net zo snel als de Richel en zo kon men nog sneller ter plaatse zijn. Prettige bijkomstigheid was dat met het groeiende aantal acties de bemanning ook weer sneller aan wal was en verder kon met haar werkzaamheden. De reddingboot Watersport KNWV werd geschonken door het Koninklijk Nederlands Watersport Verbond na een inzameling onder haar leden. Stationering op Enkhuizen was een mooi gebaar, immers Enkhuizen is het drukste watersport knoppunt van het IJsselmeer en negentig procent van de actie van het station zijn ten behoeve van de watersport.

Door de komst van de Watersport was de behoefte naar een eigen onderkomen voor de opslag van materialen en overlevingspakken allen maar groter geworden. Echter het vinden van een juiste locatie en de juiste uitstraling met het beschermd stadsgezicht op de achtergrond bleek niet makkelijk. Om toch ergens de spullen op te slaan werd er naast het havengebouw op de Compagnieshaven een zeecontainer geplaatst voor de opslag van materialen en het drogen van de pakken. Na uitbreiding van het havengebouw kreeg het station hier de beschikking over een kleine ruimte wat dienst ging doen als bemanningsverblijf.

In 2005 wordt de Richel vervangen door de reserve reddingboot Makreel. Deze werd een jaar later vervangen door de iets grotere reddingboot Rien Verloop (bouwjaar 1996). De Richel had al een aantal jaren last van ouderdom verschijnselen en was aan het eind van haar loopbaan. Regelmatig was ze de afgelopen jaren te vinden in de werkplaats van het hoofdkantoor, met als gevolg een steeds andere reserve boot op station. In de Rien Verloop werd een goede opvolger gevonden. In 2009 werd de Rien Verloop officieel stationsboot van Enkhuizen.

Op 17 november 2008 werd de ‘Hendrika Thoedora’, een Atlantic 21, gedoopt en op het station geplaatst ter vervanging van de Rien Verloop. Deze 6,5 meter lange reddingboot bleek echter niet te bevallen op de korte golfslag van het IJsselmeer. Op 2 april 2009 keert op verzoek van het station de ‘Rien Verloop’ na groot onderhoud weer terug. De ‘Hendrika Theodora’ gaat naar de reservevloot

Het heeft tot 2009 geduurd eer het station kon beschikken over een geheel eigen boothuis met bemanningsverblijf maar 65 jaar na de oprichting is het er dan toch van gekomen. Het gebouw is van alle gemakken voorzien; bemanningsverblijf met vergaderruimte en communicatiehoek, een natte ruimte voor het drogen van de pakken en kleedruimte voor de bemanning, een inpandige haven met droogdok voor de Rien verloop, een werkplaats met magazijn en opslagruimte. Door sponsoring van diverse bedrijven kon de bouw van dit boothuis worden gerealiseerd. Het boothuis wordt officieel in gebruik gesteld door de Directeur Kustwacht, Kapitein-ter-Zee C.J.H. TrimpeBurger.

Eind 2014 blijkt dat reddingboot Rien Verloop dusdanig is versleten dat zij na 18 dienstjaren moet worden afgevoerd naar de sloop. Voor haar in de plaats komt de reddingboot Corrie Dijkstra-van Elk, een Atlantic 75 gebouwd in 2007 en tot dan toe behorende tot de reserve vloot van de KNRM. De Rien Verloop eindigt uiteindelijk niet op de sloop maar is thans te bewonderen in het reddingmuseum te Den Helder .

Op 15 September 2015 werd door de Enkhuizerredders de 100.000ste geredde door de KNRM veilig aan wal gebracht. Een groep Duitser met motorstoring viel deze eer ten deel en werden feestelijk onthaald in het boothuis.

Er is heden ten dagen dan ook een goed uitgerust reddingstation en bemanning welke klaar is om onder alle weersomstandigheden ingezet te worden op het IJsselmeer en het Markermeer, nu en voor de toekomst.