Historie van KNRM reddingstation Elburg

Gevaren van de Zuiderzee (auteur Willem van Norel)

De Zuiderzee eiste in de loop der jaren haar slachtoffers. Verschillende Elburgers vonden een zeemansgraf. Soms verdronk een visser of knecht tijdens de uitoefening van de werkzaamheden op zee, maar ook kwam het voor dat een tragisch ongeval de verdrinkingsdood tot gevolg had. Doordat veel Elburgers hun brood verdienden met de visserij en het vrachtvervoer op de Zuiderzee (later IJsselmeer), waren er diverse drenkelingen te betreuren. Maar ook in en nabij de Elburger haven verdronken enkele mensen.

Dit artikel, deel uitmakende van een tijdschrift dat de Oudheidkundige Vereniging Arent thoe Boecop heeft uitgegeven. Het artikel is geschreven door Willem van Norel, onze dank voor de mogelijkheid van publicatie.

Gevaren op het ijs
Door hun werk op zee stonden de vissers vaak aan gevaren bloot. Niet alleen de onstuimige weerelementen speelden vaak een rol, maar ook het (scheurende) ijs van de Zuiderzee vormde soms een groot gevaar voor de vissers. In de nacht van 27 op 28 januari 1909 beleefden Hannes, Jan en Willem Broekhuizen samen met een groep Harderwijker spieringvissers een hachelijk avontuur. Deze groep vissers was in de middag van 27 januari op de bevroren Zuiderzee gaan spiering vissen onder het ijs. Door het plotseling afzettende ijs kwamen ze op een grote schots terecht. De grote ijsschots dreef door een aflandige wind steeds verder vanaf de kustlijn in de open zee. Deze gevaarlijke onderneming liep uiteindelijk goed af doordat de Kamper stoomboot “De Havelaar” de mannen wist te redden. De angst onder de vissers was na dit voorval groot. Door het verraderlijke karakter van de Zuiderzee was vissen op spiering onder het ijs zeer gevaarlijk. Het was niet de eerste keer dat vissers dit overkwam. Alom bekend is het verhaal van Klaas Bording uit Durgerdam die in 1849 met twee zoons veertien dagen op een ijsschots op de Zuiderzee had gedreven.

IJsvlet en loods
Het avontuur van de Broekhuizens vormde de aanleiding om in Elburg in 1909 een ijsvlet te bouwen. Een commissie onder voorzitterschap van burgemeester L. Mazel zamelde in hetzelfde jaar geld in, een georganiseerd reddingwezen was opgericht.
Op 16 oktober 1909 richtte deze commissie zich tot het Elburger gemeentebestuur met het verzoek om een berging te mogen bouwen voor de ijsvlet. De gemeenteraad ging akkoord met het verzoek. De berging werd kort daarna gebouwd. Op het dijklichaam bij de haven –in de volksmond bekend onder de naam ’t Oever- bouwde men een loods van 10.50 m. bij 4.50 m.

Nieuwe ijsvlet
Al spoedig bleek dat de vlet te lomp en te zwaar was voor gebruik. Tussen de vissers en het gemeentebestuur leidde deze kwestie tot voortdurende discussies. Pas op 2 november 1921 gaf het gemeentebestuur toestemming om een nieuwe ijsvlet te bouwen.
Scheepstimmerman C. Balk was bereid voor 525 gulden een ijsvlet te bouwen. In de Elburger Courant van 28 januari 1922 is een vrij uitvoerig verslag opgenomen over de oplevering van de nieuwe ijsvlet.
Scheepstimmerman Cornelis Balk had het vaartuig enkele dagen daarvoor overgedragen aan de gemeente Elburg. Bij deze bijeenkomst waren onder andere aanwezig burgermeester Jonkers, enige raadsleden, de vissers die er mee om moesten gaan, de havenmeester en verschillende belangstellenden.

Een fragment uit het bovengenoemde krantenverslag:
Toen de boot in oogenschouw was genomen, sprak de burgermeester een kort woord, memoreerde onder andere het verloop en hoopte, dat wanneer het van noode zou zijn (God verhoede het) deze ijsvlet zou blijken te voldoen.
Ook complimenteerde hij den vaardiger de heer Balk voor het mooie stuk werk. Hoewel leek, lijkt het ons een boot van soliede hoedanigheid en den vervaardigers op onze werf komt zeker alle lof toe. De voorzitter van het reddingscomite, de heer Jacob Westerink, dankte den burgermeester voor diens woorden en zeide het zeer te waarderen, dat de gemeente voor de visschersbevolking zulk een boot beschikbaar stelde. De boot werd nu te water gelaten en bemand met eenige lieden, proeven genomen in de haven, die ten deele met ijs bedekt is.
Een en ander leverde gunstige resultaten, nu schoot de licht te hanteren boot door het water dan weer over de ijskorst. (…)
Na de demonstratie, die nog met enkele”kieken” vereeuwigd is, werd de nieuwe ijsvlet in de daartoe bestemde loods ondergebracht.

Andere functie
De nieuwe ijsvlet heeft na 1922 slechts een enkele keer dienst gedaan. Oude vissers wisten zich nauwelijks situaties te herinneren wanneer de ijsvlet in actie is geweest. In de raadsvergadering van 12 mei 1933 lijkt deze veronderstelling bevestigd te worden. Het raadslid H. Vinke vroeg in die vergadering of het geen aanbeveling zou verdienen de ijsvlet te verkopen. De burgermeester antwoordde daarop “dat deze wordt gebruikt bij de opbouw van het zwembad en dus niet gemist kan worden”. De situatie waarbij de vissers in nood gered moesten worden deed zich blijkbaar al ruime tijd niet voor.

Reddingsstation in Elburg
De ijsvlet in Elburg fungeerde in de eerste decennia van de twintigste eeuw als reddingsstation voor vissers in nood. Uit diverse documenten blijkt dat de vissersvereniging “Ons Belang” veel waarde hechtte aan een goede reddingsboot voor in gevaar zijnde vissers.
Aan de Nederlandse kust waren sinds dezelfde tijd de K.N.Z.H.R.M. (Zuid-Holland) en de K.N.N.H.R.M. (Noord-Holland) actief als reddingsmaatschappijen. In de jaren tachtig zijn deze reddingsorganisaties samen gegaan tot de Koninklijke Nederlandse Reddingmaatschappij (KNRM). In Elburg werd op 6 juli 2002 het nieuwste reddingstation van Nederland geopend. Bij dit station zijn bijna twintig vrijwilligers actief. In het eerste jaar rukte de reddingboot Orca al meer dan twintig keer uit. In 2004 verdubbelde het aantal oproepen tot hulp.
Hoewel de omstandigheden in vergelijking tot vroeger heel anders zijn, lijkt vanuit historisch perspectief een reddingstation niet overbodig. Het redden van een mensenleven zou daarvoor al voldoende kunnen zijn….