DE SCHEEPSRAMP BIJ LICHTSCHIP HAAKS

               DE SCHEEPSRAMP BIJ LICHTSCHIP HAAKS

  (uit de reddingboot No 39, april 1935)

 

               

In de nacht van 4 op 5 oktober 1934 heeft de motorreddingboot “Dorus Rijkers” bij een Zuidwesterstorm een moeilijke tocht gemaakt naar het bij het Lichtschip Haaks in nood verkerende Belgische S.S. “Charles José" (groot 551 B.R.T.)

Word donateur

Wist u dat de KNRM volledig afhankelijk is van donaties?

Het werk van de KNRM wordt mogelijk gemaakt door de 101.000 donateurs: mensen die met donaties en giften, testamenten of legaten het werk van de KNRM al meer dan 195 jaar mogelijk maken.

Doneer nu

Het rapport van de Secretaris der plaatselijke Commissie te Den Helder, P. C. van Diest (Commissaris Loodswezen) zullen wij in zijn geheel overnemen.

Rapport betreffende de reis van de Motorreddingboot “Dorus Rijkers" op 4 oktober1934 naar het in nood verkerende Belgische stoomschip “Charles José".

 

„Op 4 oktober 1934 ten 20.05 uur ontving ik via de Kustwachtpost Kijkduin van het Lichtschip Haaks de mededeling:

„Schip in nood. Vermoedelijk een klein vaartuig. Heeft ten 18.33 uur G.M.T. (d.i. 19.53 uur pl. tijd) een vuurpijl opgelaten. Peiling Z.O. ong. 2 mijl afstand. Wegens hoge zee niets naders te onderscheiden. Heeft ten 18.45 uur G.M.T. een tweede vuurpijl opgelaten. Hebben deze met contra vuurpijl beantwoord". Onmiddellijk liet ik de Schipper van de motorreddingboot ”Dorus Rijkers" zijn mensen oproepen, om zich gereed te maken om te varen en verzocht hem, ten einde de juiste positie van het in nood verkerende vaartuig op de zeekaart aan te wijzen, en door te geven. Tevens stelde ik de Agent van de sleepdienst ‘Wijsmuller’ met het bericht in kennis.

Ten 20.30 uur (pl. t.) ontving ik nader bericht van het L/schip Haaks luidende:

„Na de bui konden wij de positie van het schip bepalen. Peiling Z.O. ongeveer1 mijl afstand. Voert 2 rode lichten. Trachten seingemeenschap te krijgen, wat vanwege de hoge zee zeer moeilijk gaat."

Uit deze berichten maakte ik op dat het schip nog vaart maakte. Alhoewel de kans groot was, dat het schip in deze situatie (het tonen van 2 rode lichten) sleepboothulp wenste, meende ik niets te mogen riskeren en gaf de Schipper van de motorreddingboot order onmiddellijk te vertrekken, hetgeen om 20.40 uur geschiedde. Om 21 uur vertrok de sleepboot “Utrecht" eveneens naar de plaats des onheils. Ik stelde de gezagvoerder van het Lichtschip “Haaks" met het vertrek van beide vaartuigen in kennis, waarbij ik hem verzocht om zo mogelijk dit bericht aan het in nood verkerende schip over te seinen en het tevens te vragen, of sleepboothulp dan wel hulp van de reddingboot word gewenst.

Van het in nood verkerend schip werd hierop evenwel geen antwoord ontvangen. Intussen berichtte het Lichtschip “Haaks'", dat het vaartuig geregeld doorging met vuurpijlen af te steken, welke door het lichtschip met een vuurpijl werden beantwoord en waaruit werd opgemaakt dat het schip in N.W. richting van positie veranderde. Tussen de buien door werd vanaf het lichtschip geconstateerd dat het vaartuig op haar zij lag.

De motorreddingboot “Dorus Rijkers", welke dank zij haar radiotelefonie installatie, in voortdurende verbinding was met het lichtschip, was hierdoor met de toestand waarin het vaartuig verkeerde, volkomen op de hoogte en spoedde zich met zo groot mogelijke snelheid er naar toe. Om de snelheid te verhogen, werd zelfs van de zeilen gebruik gemaakt. De weersgesteldheid was echter van dien aard, dat zij met buitengewone moeilijkheden hadden te kampen.

Tijdens de invallende buien, was het zicht bij tijden geheel weg, terwijl de hoge zee, met de Z.W. stormwind, welke af en toe kracht 9 bereikte, de voortgang van de reddingboot belemmerde. Door het Molengat werd gekoerst naar het Lichtschip “Haaks". Om ongeveer 22 uur op ongeveer 7 mijl van het Lichtschip werd een lichtkogel afgeschoten, om de aandacht te trekken, waarop evenwel geen antwoord werd gegeven. Vervolgens werd om ongeveer 22.30 uur op ongeveer 4 mijl van de “Haaks" wederom een lichtkogel afgeschoten, waarop door het in nood verkerend vaartuig met een rode vuurpijl werd geantwoord. Hierop werd onmiddellijk koers gezet. Alles werd nu in gereedheid gebracht de schipbreukelingen aan boord te nemen. Het zoeklicht werd ontstoken en hiermede werd de omgeving afgezocht. Om 23.30 uur ter hoogte van het lichtschip werd andermaal een lichtkogel afgeschoten waarop wederom met een rode pijl werd geantwoord. Naar schatting was de reddingboot op een mijl afstand van het in nood verkerend schip, hetwelk in ZW richting werd gepeild. Helaas werd na dit teken geen sein meer gezien. Na tot ± 24 uur in Z.W. richting te zijn doorgevaren, waarbij niets van enig vaartuig of wrakhout werd bespeurd, werden nadere inlichtingen van het Lichtschip “Haaks" gevraagd, welke mededeelde geen rode lichten meer te hebben gezien, waaruit de veronderstelling werd opgemaakt, dat het schip was gezonken.

Ten einde raad werd gekoerst naar een stoomschip, hetwelk later bleek te zijn het Duitse stoomschip “Biskaje" van Hamburg, welk bijgedraaid lag. Door het geweld van den storm was het niet mogelijk nadere bijzonderheden van dit schip te vernemen, doch uit het geschreeuw en de gebaren werd  opgemaakt, dat het schip was gezonken.

Toch werd met behulp van de intussen op de plaats des onheils gearriveerde sleepboot de omgeving afgezocht. Zonder resultaat evenwel.  Toen bleek dat al het mogelijke was gedaan om de schipbreukelingen te redden en duidelijk was geworden dat een langer verblijf daar ter plaatse geen resultaat meer zou opleveren, heb ik de reddingboot tenslotte Iaten terugkeren.

Diep teleurgesteld over de vergeefse reis en begaan met het lot der schipbreukelingen, heeft de reddingboot onder even zware omstandigheden de terugtocht aanvaard en arriveerde ten 4.30 uur in de haven van Nieuwediep.

Ten slotte moge ik er in dit verband nog aan toevoegen, dat naar mijn vaste overtuiging Schipper C. Bot, Stuurman J. A. Oostendorp, Motordrijver R. Eelman en de matrozen K. Bijl, W. de Boer en P. Bot, allen opvarenden van de motorreddingboot “Dorus Rijkers", onder deze zeer moeilijke omstandigheden, zich voor de volle 100% van hun zware taak hebben gekweten. Voorts dat ook bij deze tocht is gebleken, dat de N.- en Z.-Hollandsche Reddingmaatschappij over een motorreddingboot beschikt, welke onder dergelijke moeilijke omstandigheden, uitstekend voor haar taak is berekend.

Slechts een der opvarenden van de “Charles José", de gezagvoerder Pieter Popioul werd gered. Den 5en October om 7.30 Uur ontdekte het Duitse S.S. “Wildenfels" een sloep met de enigen overlevende van deze ramp op 53° 10' N.B. en 4° 33’ O.L., d.i. 15 mijl van het Lichtschip “Haaks" in N.O. richting.

 

Uit het rapport van Kapitein Popioul aan den Consul-Generaal van België te Hamburg ontlenen wij het navolgende:

„Het s.s. “Charles José" vertrok op 3 oktober 1934 met een lading van 250 ton cokes uit Gent. Op 4 oktober om 9 uur passeerde de Charles José het Lichtschip Maas. Koers NO.

Om 14 uur G.M.T. wakkerde de wind (richting ZZW) aan; de zee werd ruw. Een gedeelte van de lading aan dek ging aan S/B. overboord. Om 18 uur G.M.T. (dus 19.20 uur pl. zomertijd) was de “Charles José” ter hoogte van het Lichtschip Haaks. De wind werd steeds heviger; het schip kreeg zware slagzij: 30° tot 40° Tenslotte bleef het schip op S/B.-zijde liggen en noodseinen werden gehesen. De “Charles José” was toen 2' bezuiden Lichtschip “Haaks”. De machines weigerden om 19.50 uur. Toen het donker werd werden vuurpijlen afgestoken. De gehele bemanning bevond zich op het achterdek, de slagzij werd steeds groter. Iedereen deed zwemvesten om en de reddingboten werden gereed gemaakt. Eerst was echter het B/B.-anker afgevierd om te trachten het schip recht op de zee en wind te krijgen. De noodsignalen werden beantwoord door Lichtschip “Haaks”. Wij dreven in Noordelijke richting weg en peilden Haaks 0.Z.0. op 3,5’. De wind werd steeds sterker; het bliksemde hevig. Het Duitse s.s. “Biskaje” bleef in de nabijheid doch kon ons niet bereiken ten gevolge van de hoge en wilde zee.

Om 22.20 uur G.M.T. zagen wij een klein schip dat wij voor een sleepboot hielden doch ook dit schip kwam niet naderbij. Wij waren een speelbal van de golven. De gehele bemanning stond aan B/B. bij de machinekamer; S/B.-zijde was reeds onder water; het schip kreeg steeds meer slagzij; de schoorsteen raakte het water en daarop kapseisde het schip. Ik was de enige die op de machinekamerkap stond toen het schip kenterde. Ik riep naar de bemanning dat zij er ook op moesten klimmen, dat de S/B.-reddingboot het water raakte en dat ik een slag met den vanglijn had genomen rond een ventilator. Mijn kreten werden slechts beantwoord door matroos Salminen; later waren wij dicht bij elkaar in zee. Toen het schip volkomen kenterde gleed ik weg, hield mij vast aan den valreep, raakte met valreep en al te water en kwam boven tusschen wrakhout, valreep en reddingboot. Met groote moeite gelukte het mij in de half vol water staande sloep te klimmen. Matroos Salminen hoorde ik dicht bij om hulp roepen, ik schreeuwde hem toe moed te houden. Mijn pogingen om hem te bereiken gelukten echter niet. Ik dreef van de “Charles José” weg en zag in de verte schepen die vermoedelijk assistentie verleenden. Den 5en October passeerde het Duitsche s.s. “Rhein” mij met dagworden op korten afstand. Ik riep om hulp, mijn kreten werden beantwoord met drie korte stooten, ik bleef roepen, het schip bleef in de nabijheid doch men zag mij niet. Ten 7.30 uur kwam het Duitsche s.s. “Wildenfels”, hoorde mijn kreten en pikte mij op".

* * *

Deze scheepsramp kostte dus aan 9 zeelieden het leven, die met de “Charles José" ten onder gingen. Het mag een wonder heeten, dat de kapitein werd gered. Zeer weinig heeft het gescheeld of de „Dorus Rijkers" had hier een prachtige redding kunnen verrichten. De bemanning van de “Dorus Rijkers" heeft echter haar plicht gedaan op de wijze die men van haar kon verwachten. De fa. Verschueren & Co. te Antwerpen, die aangesteld was om de zaken voor den eigenaar van de “Charles José", den Heer van der Perre, die met zijn schip ten onder ging, te regelen, bracht ons den dank over van de familieleden der omgekomen bemanning voor de reddingspogingen.

Ook de Belgische Regeering gaf uiting aan haar dankbaarheid voor de moedige pogingen door de bemanning van de “Dorus Rijkers" in het werk gesteld.

 

Mis de boot niet!
Schrijf je nu in voor de KNRM nieuwsbrief

Maandelijks houden we je op de hoogte van alle nieuwtjes, evenementen en bijzondere acties van de KNRM en onze reddingstations. Je kunt je op ieder moment weer afmelden. 

© 2022 Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij