De vloot van de KNRM mag worden gerekend tot de modernste ter wereld. Dit is het gevolg van het zogenaamde vlootvernieuwingsplan dat de Redding Maatschappij in 1990 opzette. De nieuwbouw van deze Rigid Inflatable Boats (RIB's) werd bekostigd uit grote schenkingen, legaten en erfenissen.
De reddingboten die eind jaren ’80 deel uitmaakten van de operationele vloot van de KNRM, stamden uit de jaren ’60 en ’70 en bepaalden sinds die tijd het gezicht van het Nederlandse reddingswezen. De motorstrandreddingboten genoten hun bekendheid voornamelijk dankzij de paarden van Ameland, die tot eind jaren ’80 inzetbaar bleven. Maar ook de grote havenreddingboten werden, vanwege hun opvallende vorm en hun uitzonderlijke prestaties, bekend bij een groot publiek. De zelfrichtzaamheid van deze boten speelde daarbij een grote rol.
Dat het bestuur van de Redding Maatschappij koos voor vlootvernieuwing, doet niets af aan de prestaties van de conventionele vloot. De geringe snelheid van de houten en stalen boten (rond de 10 knopen) maakte vervanging niettemin noodzakelijk.
De vraag om snelle reddingboten (25 – 40 knopen) vindt zijn oorzaak in een verandering van het karakter van de dienstverlening: voeren reddingboten vroeger pas uit wanneer de nood tot een hoogtepunt was gestegen, tegenwoordig werkt de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij steeds vaker preventief, om zodoende erger leed voor de betrokkenen te voorkomen. Waar mogelijk wil de KNRM daadwerkelijke noodsituaties voor zijn. En dat vraagt om snelheid. Maar ook wanneer de nood op z’n hoogst is, is snelheid natuurlijk van cruciaal belang.