Na een korte nachtrust waarbij een gestrand binnenvaartschip werd vlot getrokken van De Vormt bij Urk brak voor de vrijwilligers een nieuwe dag aan. Vroeg in de middag - rond half drie - ging de pieper echter opnieuw. De melding was dat zich een vaartuig in moeilijkheden bevond en dus vertrokken de twee Urker reddingboten opnieuw het knobbelige water van het IJsselmeer op. Het bleek te gaan om een motorkruiser luisterend naar de naam 'Princess' waarvan de bemanning (vader, moeder, dochter en drie honden) in paniek was geraakt door de hoge golfslag. De schipper voer een koers recht in de wind op en durfde niet meer rond te draaien omdat hij vreesde om te slaan.
Na enig zoeken en gehinderd door een zware bui werd de kruiser tussen Urk en Trintelhaven aangetroffen. Eén van de bemanningsleden stapte over en stelde het gezin gerust, terwijl hij het roer overnam en kalm van koers veranderde en voor de wind naar de haven van Urk voer.
Ondertussen werden de 'Kapiteins Hazewinkel' en de 'Willemtje' naar een volgende klus geroepen in de richting van de Flevocentrale. Hier bleek zich een zeiljacht in moeilijkheden te bevinden.
Het jacht kampte met motorstoring en had touwwerk in de schroef gekregen. Een vrouwelijke opvarende was zo nat geworden, dat ze onderkoeld was geraakt. Aan boord werd zij van warme dekens en een foliedeken voorzien terwijl de 'Kapiteins Hazewinkel' het jacht op sleep nam. De 'Princess' en de reddingboten met hun sleep kwamen vrijwel gelijktijdig in de haven aan waar ze afgemeerd werden. Een juist passerende vrijwilliger van de FRS ontfermde zich daarop over de vrouw, die na een warme douche in het havenkantoor en een stel droge kleren weer snel opknapte.